Vertaling van schillen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
jassen, schillen, afpellen {ww.}
jassen
schillen
afpellen {ww.}
schillen
afpellen {ww.}
ik pel af
jij pelt af
hij/zij/het pelt af
ik jas
jij jast
hij/zij/het jast
» meer vervoegingen van jassen
dop , schaal, schors , schil (mv. schillen) {zn.}
dop
schaal
schors
schil (mv. schillen) {zn.}
schaal
schors
schil (mv. schillen) {zn.}
Beter een half ei dan een lege dop.
Beter een half ei dan een lege dop.
Doe de dop terug op de fles voor het geval de kat hem omstoot.
Doe de dop terug op de fles voor het geval de kat hem omstoot.
dop , peul, schil (mv. schillen) {zn.}
dop
peul
schil (mv. schillen) {zn.}
peul
schil (mv. schillen) {zn.}
afschillen, schillen {ww.}
afschillen
schillen {ww.}
schillen {ww.}
ik schil af
jij schilt af
hij/zij/het schilt af
ik schil af
jij schilt af
hij/zij/het schilt af
» meer vervoegingen van afschillen
schil {zn.}
schil {zn.}
pel , schilletje, schil {zn.}
pel
schilletje
schil {zn.}
schilletje
schil {zn.}
schil {zn.}
schil {zn.}
schil {zn.}
schil {zn.}
schil (mv. schillen) {zn.}
schil (mv. schillen) {zn.}