Vertaling van spoel
klos {zn.}
spil {zn.}
weversspoel
inslagspoel
spoel {zn.}
opwinden
op een klos winden
spoelen {ww.}
ik wind op
jij windt op
hij/zij/het windt op
ik wind
jij windt
hij/zij/het windt
» meer vervoegingen van winden
afspoelen
gorgelen {ww.}
ik spoel af
jij spoelt af
hij/zij/het spoelt af
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
» meer vervoegingen van spoelen
spoelen {ww.}
ik was schoon
jij wast schoon
hij/zij/het wast schoon
ik was schoon
jij wast schoon
hij/zij/het wast schoon
» meer vervoegingen van schoonwassen
doorspoelen {ww.}
ik doorspoel
jij doorspoelt
hij/zij/het doorspoelt
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
» meer vervoegingen van spoelen
spoel {zn.}
spoelen {ww.}
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
ik was
jij wast
hij/zij/het wast
» meer vervoegingen van wassen
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
» meer vervoegingen van spoelen
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
» meer vervoegingen van spoelen
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
ik spoel
jij spoelt
hij/zij/het spoelt
» meer vervoegingen van spoelen