Vertaling van steeg
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
steeg , straatje {zn.}
steeg
straatje {zn.}
straatje {zn.}
De prijs van rijst steeg met drie procent.
De prijs van rijst steeg met drie procent.
steeg {zn.}
steeg {zn.}
stijgen {ww.}
stijgen {ww.}
ik steeg
jij steeg
hij/zij/het steeg
ik steeg
jij steeg
hij/zij/het steeg
» meer vervoegingen van stijgen
Het smelten van de poolkappen kan bijdragen aan het stijgen van het zeeniveau.
Het smelten van de poolkappen kan bijdragen aan het stijgen van het zeeniveau.
wassen, opstaan, stijgen, opkomen, verrijzen, rijzen, opgaan {ww.}
wassen
opstaan
stijgen
opkomen
verrijzen
rijzen
opgaan {ww.}
opstaan
stijgen
opkomen
verrijzen
rijzen
opgaan {ww.}
ik ging op
jij ging op
hij/zij/het ging op
ik waste
jij waste
hij/zij/het waste
» meer vervoegingen van wassen
Ik wilde niet vroeg opstaan.
Ik wilde niet vroeg opstaan.
Ik haat vroeg opstaan.
Ik haat vroeg opstaan.
groeien, stijgen, toenemen, aangroeien {ww.}
groeien
stijgen
toenemen
aangroeien {ww.}
stijgen
toenemen
aangroeien {ww.}
hij/zij/het groeide aan
zij groeiden aan
ik groeide
hij/zij/het groeide
zij groeiden
ik groeide
» meer vervoegingen van groeien
Sinaasappels groeien in warme landen.
Sinaasappels groeien in warme landen.
Planten groeien snel na regen.
Planten groeien snel na regen.
stijgen, rijzen, oplopen {ww.}
stijgen
rijzen
oplopen {ww.}
rijzen
oplopen {ww.}
ik liep op
jij liep op
hij/zij/het liep op
ik steeg
jij steeg
hij/zij/het steeg
» meer vervoegingen van stijgen
klimmen, stijgen, bestijgen, rijzen, naar boven gaan {ww.}
klimmen
stijgen
bestijgen
rijzen
naar boven gaan {ww.}
stijgen
bestijgen
rijzen
naar boven gaan {ww.}
ik besteeg
jij besteeg
hij/zij/het besteeg
ik klom
jij klom
hij/zij/het klom
» meer vervoegingen van klimmen
Apen klimmen in bomen.
Apen klimmen in bomen.
Een beer kan in een boom klimmen.
Een beer kan in een boom klimmen.
balsturig, halsstarrig, hardhoofdig, hardnekkig, hoofdig, inflexibel, obstinaat, onbuigbaar, onverzettelijk, steeg, steegs, stijfhoofdig, stijfkoppig, bokkig, koppig, onbuigzaam {bn.}
balsturig
halsstarrig
hardhoofdig
hardnekkig
hoofdig
inflexibel
obstinaat
onbuigbaar
onverzettelijk
steeg
steegs
stijfhoofdig
stijfkoppig
bokkig
koppig
onbuigzaam {bn.}
halsstarrig
hardhoofdig
hardnekkig
hoofdig
inflexibel
obstinaat
onbuigbaar
onverzettelijk
steeg
steegs
stijfhoofdig
stijfkoppig
bokkig
koppig
onbuigzaam {bn.}