Vertaling van toon

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
toon, intonatie [v] {zn.}
toon
intonatie [v] {zn.}
Toon me je papieren!
Toon me je papieren!
Toon me deze foto's alsjeblieft.
Toon me deze foto's alsjeblieft.
toon {zn.}
toon {zn.}
Toon mij op de kaart waar Puerto Rico ligt.
Toon mij op de kaart waar Puerto Rico ligt.
Toon mij een feit dat uw idee ondersteunt.
Toon mij een feit dat uw idee ondersteunt.
toon [m] (de ~) {zn.}
toon [m] (de ~) {zn.}
Toon mij a.u.b. hoe ik het moet doen.
Toon mij a.u.b. hoe ik het moet doen.
toon, accent {zn.}
toon
accent {zn.}
Jij spreekt zonder accent
Jij spreekt zonder accent
tonen, laten zien, laten kijken {ww.}
tonen
laten zien
laten kijken {ww.}

ik toon
jij toont
hij/zij/het toont

ik toon
jij toont
hij/zij/het toont
» meer vervoegingen van tonen

Ik zal je de stad laten zien.
Ik zal je de stad laten zien.
Ik zal jullie wat foto's laten zien.
Ik zal jullie wat foto's laten zien.
laten zien, tentoonspreiden, tonen, vertonen, wijzen, uitwijzen {ww.}
laten zien
tentoonspreiden
tonen
vertonen
wijzen
uitwijzen {ww.}

ik spreid tentoon
jij spreidt tentoon
hij/zij/het spreidt tentoon

ik spreid tentoon
jij spreidt tentoon
hij/zij/het spreidt tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden

geluid [o] (het ~), toon [m] (de ~), timbre [o] (het ~), klankkleur [m] (de ~) {zn.}
geluid [o] (het ~)
toon [m] (de ~)
timbre [o] (het ~)
klankkleur [m] (de ~) {zn.}
Hoorde je dat geluid?
Hoorde je dat geluid?
tonen, aangeven, aanduiden, indiceren {ww.}
tonen
aangeven
aanduiden
indiceren {ww.}

ik duid aan
jij duidt aan
hij/zij/het duidt aan

ik toon
jij toont
hij/zij/het toont
» meer vervoegingen van tonen

Ik wil je iets tonen.
Ik wil je iets tonen.
Laat me je iets tonen.
Laat me je iets tonen.
tonen, getuigen, tentoonspreiden {ww.}
tonen
getuigen
tentoonspreiden {ww.}

ik getuig
jij getuigt
hij/zij/het getuigt

ik toon
jij toont
hij/zij/het toont
» meer vervoegingen van tonen

Wij waren getuigen van het ongeluk.
Wij waren getuigen van het ongeluk.
De getuigen konden de valse verklaring van de verdachte weerleggen.
De getuigen konden de valse verklaring van de verdachte weerleggen.
tonen {ww.}
tonen {ww.}

ik toon
jij toont
hij/zij/het toont

ik toon
jij toont
hij/zij/het toont
» meer vervoegingen van tonen

eruitzien, zien, kijken, tonen, ogen {ww.}
eruitzien
zien
kijken
tonen
ogen {ww.}

ik zie eruit
jij ziet eruit
hij/zij/het ziet eruit

ik zie eruit
jij ziet eruit
hij/zij/het ziet eruit
» meer vervoegingen van eruitzien



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Toon me je papieren!

Toon me je papieren!

Toon me deze foto's alsjeblieft.

Toon me deze foto's alsjeblieft.

Toon mij op de kaart waar Puerto Rico ligt.

Toon mij op de kaart waar Puerto Rico ligt.

Toon mij een feit dat uw idee ondersteunt.

Toon mij een feit dat uw idee ondersteunt.

Toon mij a.u.b. hoe ik het moet doen.

Toon mij a.u.b. hoe ik het moet doen.