Vertaling van zwijn

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
geluk, meevaller, gelukje, buitenkans, zwijntje [o], zwijn, tref, mazzel, veine [v], buitenkansje [o], bof [m] {zn.}
geluk
meevaller
gelukje
buitenkans
zwijntje [o]
zwijn
tref
mazzel
veine [v]
buitenkansje [o]
bof [m] {zn.}
Iedereen wenst voor geluk
Iedereen wenst voor geluk
Wat is geluk?
Wat is geluk?
zwijnjak, zwierbol, zwijn, zwabber, sjap, losbol, brasser [m], boemelaar [m] {zn.}
zwijnjak
zwierbol
zwijn
zwabber
sjap
losbol
brasser [m]
boemelaar [m] {zn.}
varken [o], zwijn [o] {zn.}
varken [o]
zwijn [o] {zn.}
De koe loeit, de haan kraait, het varken knort, de eend kwaakt en de kat miauwt.
De koe loeit, de haan kraait, het varken knort, de eend kwaakt en de kat miauwt.
De koe zegt "boe", de haan zegt "kukelekuu", het varken zegt "knor", de eend zegt "kwak" en de kat zegt "miauw".
De koe zegt "boe", de haan zegt "kukelekuu", het varken zegt "knor", de eend zegt "kwak" en de kat zegt "miauw".
zwijnen, geluk hebben, het treffen, boffen {ww.}
zwijnen
geluk hebben
het treffen
boffen {ww.}

ik bof
jij boft
hij/zij/het boft

ik zwijn
jij zwijnt
hij/zij/het zwijnt
» meer vervoegingen van zwijnen

zwijnen, uitspatten, slempen, boemelen, brassen, aan de rol zijn {ww.}
zwijnen
uitspatten
slempen
boemelen
brassen
aan de rol zijn {ww.}

ik boemel
jij boemelt
hij/zij/het boemelt

ik zwijn
jij zwijnt
hij/zij/het zwijnt
» meer vervoegingen van zwijnen

geluk [o] (het ~), fortuin [o] (het ~), zwijntje, zwijn [o] (het ~), mazzel [m] (de ~), bof [m] (de ~) {zn.}
geluk [o] (het ~)
fortuin [o] (het ~)
zwijntje
zwijn [o] (het ~)
mazzel [m] (de ~)
bof [m] (de ~) {zn.}
Deze diamant kost een fortuin.
Deze diamant kost een fortuin.
John erfde een groot fortuin.
John erfde een groot fortuin.
varken [m] (het ~), zwijn [m] (het ~), krulstaart {zn.}
varken [m] (het ~)
zwijn [m] (het ~)
krulstaart {zn.}
De twaalf dieren van de Chinese dierenriem komen van elf diersoorten die in de natuur voorkomen, met name de rat, os, tijger, konijn, slang, paard, aap, haan, hond en varken…
De twaalf dieren van de Chinese dierenriem komen van elf diersoorten die in de natuur voorkomen, met name de rat, os, tijger, konijn, slang, paard, aap, haan, hond en varken…
hond [m] (de ~), zak [m] (de ~), etter [m] (de ~), lul [m] (de ~), pokkenvent, pleurislijder [m] (de ~), plurk, ellendeling [m] (de ~), fielt, serpent [m] (de/het ~), tyfuslijer, kelerelijer, klerelijer [m] (de ~), hondenlul [m] (de ~), kelerelijder, etterbak, gemenerik [m] (de ~), fluim, rasploert, kloot [m] (de ~), schoelje [m] (het ~), smiecht [m] (de ~), stinker, beroerling, zakkenwasser [m] (de ~), paardenlul, kloothommel, etterbuil, sekreet [o] (het ~), klootspiraal, paardelul, klootzak [m] (de ~), patjakker, kwal [m] (de ~), ploert [m] (de ~), lamgat, pokkenlijer, lammeling [m] (de ~), pooier, lamstraal, rotzak [m] (de ~), lamzak [m] (de ~), schoft [m] (de ~), lazersteen, smeerlap [m] (de ~), lazerstraal, teringlijder, loeder [m] (de/het ~), vuilak [m] (de ~), lulhannes, zwijn [m] (het ~), lulletje, hondelul, miesgasser, lelijkerd [m] (de ~), mispunt [m] (het ~), pokkenlijder [m] (de ~), onverlaat [m] (de ~), stinkerd [m] (de ~), naarling [m] (de ~) {zn.}
hond [m] (de ~)
zak [m] (de ~)
etter [m] (de ~)
lul [m] (de ~)
pokkenvent
pleurislijder [m] (de ~)
plurk
ellendeling [m] (de ~)
fielt
serpent [m] (de/het ~)
tyfuslijer
kelerelijer
klerelijer [m] (de ~)
hondenlul [m] (de ~)
kelerelijder
etterbak
gemenerik [m] (de ~)
fluim
rasploert
kloot [m] (de ~)
schoelje [m] (het ~)
smiecht [m] (de ~)
stinker
beroerling
zakkenwasser [m] (de ~)
paardenlul
kloothommel
etterbuil
sekreet [o] (het ~)
klootspiraal
paardelul
klootzak [m] (de ~)
patjakker
kwal [m] (de ~)
ploert [m] (de ~)
lamgat
pokkenlijer
lammeling [m] (de ~)
pooier
lamstraal
rotzak [m] (de ~)
lamzak [m] (de ~)
schoft [m] (de ~)
lazersteen
smeerlap [m] (de ~)
lazerstraal
teringlijder
loeder [m] (de/het ~)
vuilak [m] (de ~)
lulhannes
zwijn [m] (het ~)
lulletje
hondelul
miesgasser
lelijkerd [m] (de ~)
mispunt [m] (het ~)
pokkenlijder [m] (de ~)
onverlaat [m] (de ~)
stinkerd [m] (de ~)
naarling [m] (de ~) {zn.}
Goede en prijzenswaardige etter
Goede en prijzenswaardige etter
Hij heeft een hond.
Hij heeft een hond.
boffen, mazzelen, zwijnen {ww.}
boffen
mazzelen
zwijnen {ww.}

ik bof
jij boft
hij/zij/het boft

ik bof
jij boft
hij/zij/het boft
» meer vervoegingen van boffen