Vertaling van down
neerwaarts
omlaag
neer
vellen
neervellen
wippen
I down
you down
we down
ik kap
jij kapt
wij kappen
» meer vervoegingen van kappen
I down
you down
we down
ik schaaf bij
jij schaaft bij
wij schaven bij
» meer vervoegingen van bijschaven
inslikken
doorslikken
slokken
I down
you down
we down
ik slik
jij slikt
wij slikken
» meer vervoegingen van slikken
lanugo
nesthaar
leegdrinken
I down
you down
we down
ik drink uit
jij drinkt uit
wij drinken uit
» meer vervoegingen van uitdrinken
I down
you down
we down
ik trek omver
jij trekt omver
wij trekken omver
» meer vervoegingen van omvertrekken
I down
you down
we down
ik eet op
jij eet op
wij eten op
» meer vervoegingen van opeten
they down
zij stromen neer
» meer vervoegingen van neerstromen
omverslaan
I down
you down
we down
ik sla om
jij slaat om
wij slaan om
» meer vervoegingen van omslaan
I down
you down
we down
ik sla neer
jij slaat neer
wij slaan neer
» meer vervoegingen van neerslaan
I down
you down
we down
ik sla omver
jij slaat omver
wij slaan omver
» meer vervoegingen van omverslaan
they down
zij plenzen neer
» meer vervoegingen van neerplenzen
I down
you down
we down
ik giet in
jij giet in
wij gieten in
» meer vervoegingen van ingieten
Voorbeelden in zinsverband
Let's go down.
Laat ons naar beneden gaan.
Write down his address.
Schrijf zijn adres op.
Everything is upside down.
Alles staat op zijn kop.
Try to keep it down.
Probeer het stil te houden.
Turn down the volume, please.
Zet het volume eens wat zachter.
She turned down my request.
Ze wees mijn verzoek af.
Turn the TV down, please.
Zet de tv alsjeblieft wat zachter.
My radio has broken down again.
Mijn radio is alweer stuk.
I wrote down his phone number.
Ik heb zijn telefoonnummer genoteerd.
The quality of rice is going down.
De kwaliteit van de rijst vermindert.
Why did you turn down his offer?
Waarom wees je zijn aanbod af?
This day will go down in history.
Deze dag zal de geschiedenis ingaan.
Let's sit down on the bench.
Laten we op de bank zitten.
I sat down and opened my laptop.
Ik ging zitten en opende mijn laptop.
You may sit down on the chair.
U mag op de stoel gaan zitten.