Betekenis van:
aan zijn
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Tom trok zijn zwemkleding aan.
- We zijn aan het barbecueën.
- We zijn aan het barbecueën.
- Ze zijn aan elkaar verwant.
- Zijn vader wijdde zijn leven aan de wetenschap.
- Talen zijn aan voortdurende verandering onderhevig.
- Wat zijn jullie aan het koken?
- Zij hield hem aan zijn woord.
- We zijn het verslag aan het schrijven.
- Ze zijn appels aan het eten.
- Gelukkig zijn ze aan het gevaar ontkomen.
- Niemand schonk aandacht aan zijn waarschuwing.
- Hij houdt zich aan zijn woord.
- Aan zijn vrienden kent men de man.
- Hij had zijn hemd binnenste buiten aan.