Betekenis van:
aarde

aarde (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • planeet die wij bewonen; planeet die wij bewonen; het rijk der aarde; alles op aarde; aardbol
"hemel en aarde bewegen"
"vrede op aarde"

Synoniemen

Hyperoniemen

aarde
Zelfstandig naamwoord
  • de wereld, de bewoonbare planeet van ons zonnestelsel
"De aarde is de derde planeet van de zon."
aarde
Zelfstandig naamwoord
  • de grond waarin de planten groeien
"In de tuin lag een hoop aarde."
aarde
Zelfstandig naamwoord
  • een goed geleidende verbinding tussen een elektrisch apparaat en de aarde
"Het apparaat had een goede geleiding met de aarde."
aarde
Zelfstandig naamwoord
  • een van de vier traditionele elementen
"Aarde is naast vuur, water en lucht één van de vier traditionele elementen."
aarde
Zelfstandig naamwoord
  • de wereld, de bewoonbare planeet van ons zonnestelsel
"De aarde is de derde planeet van de zon."
aarde
Zelfstandig naamwoord
  • de grond waarin de planten groeien
"In de tuin lag een hoop aarde."
aarde
Zelfstandig naamwoord
  • een goed geleidende verbinding tussen een elektrisch apparaat en de aarde
"Het apparaat had een goede geleiding met de aarde."
aarde
Zelfstandig naamwoord
  • een van de vier traditionele elementen
"Aarde is naast vuur, water en lucht één van de vier traditionele elementen."
aarde (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • korrelige stof v.h. aardoppervlak; donkere grond waarin gewassen groeien
"dat heeft heel wat voeten in de aarde"
"in goede aarde vallen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aarde (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • buitenkant v.d. aardbol; buitenkant v.d. aardbol; grond; vast aardoppervlak
"ter aarde bestellen"
"(zich) ter aarde (werpen/storten)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aarde
Zelfstandig naamwoord
  • klei voor aardewerk

Hyperoniemen

Hyponiemen

aarde
Zelfstandig naamwoord
  • verbinding met aardelektrode; geleidende verbinding van een elektrisch apparaat met de aarde

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord