Betekenis van:
doortrekken

doortrekken
Werkwoord
  • verder voortzetten
"een lijn doortrekken"
"de lijn doortrekken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

doortrekken
Werkwoord
  • in alle delen doen doordringen
"doortrokken zijn van"

Synoniemen

Hyperoniemen

doortrekken
Werkwoord
  • langer, harder trekken
"de kachel trekt (niet) door"
"in de derde versnelling flink doortrekken"

Hyperoniemen

doortrekken
Werkwoord
  • schoonspoelen
"de wc doortrekken"

Hyperoniemen

doortrekken
Werkwoord
  • (ergens) doorreizen
"verre landen doortrekken"

Hyperoniemen

doortrekken
Werkwoord
  • een lijn verlengen.
"Deze weg is nu doorgetrokken tot over de grens."
doortrekken
Werkwoord
  • zich door een gebied heen begeven.
"We zijn de gehele Sahara doorgetrokken."
doortrekken
Werkwoord
  • de inhoud van de stortbak van een toilet ledigen.
"Ik wilde doortrekken maar de stortbak werkt niet goed."
doortrekken
Werkwoord
  • door een materiaal heen diffunderen.
"Dat hele tapijt is doortrokken met die geur."
doortrekken
Werkwoord
  • door iets heen trekken

Hyperoniemen

doortrekken
Werkwoord
  • door trekken doen breken, kapot maken

Hyperoniemen

Hyponiemen