Betekenis van:
loop
loop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- manier van lopen
"iemand aan zijn loop herkennen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
loop
Zelfstandig naamwoord
- voortgang.
"In de loop van de avond."
loop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- mogelijkheid tot passeren; plaats waar men kan passeren; doorgang; mogelijkheid tot passeren
"in de loop"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
loop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- het hardlopen
"(ergens voor) op de loop gaan/zijn"
"een loop over [15] kilometer"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
loop
Zelfstandig naamwoord
- voorste deel van een wapen
loop
Zelfstandig naamwoord
- route van een rivier
loop
Zelfstandig naamwoord
- wijze waarop iets verloopt; manier waarop iets zich ontwikkelt
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Ik loop graag.
- Loop niet in de klas a.u.b.
- Loop niet in het park in de nacht!
- Wapens met gladde loop, als hieronder:
- Begrotingsuitvoering in de loop van 2005
- ONTWIKKELINGEN IN DE LOOP VAN DE PROCEDURE
- andere wapens met gladde loop, als hieronder:
- de in de loop van het begrotingsjaar vastgestelde vorderingen,
- GEGEVENS BETREFFENDE DE LOOP DER VERZEKERING IN BELGIË
- de in de loop van het begrotingsjaar geïnde vorderingen,
- GEGEVENS BETREFFENDE DE LOOP DER VERZEKERING IN FRANKRIJK
- GEGEVENS BETREFFENDE DE LOOP DER VERZEKERING IN OOSTENRIJK
- GEGEVENS BETREFFENDE DE LOOP DER VERZEKERING IN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK
- GEGEVENS BETREFFENDE DE LOOP DER VERZEKERING IN CYPRUS
- GEGEVENS BETREFFENDE DE LOOP DER VERZEKERING IN SPANJE