Betekenis van:
omloop
omloop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- het telkens opnieuw doorlopen van een reeks van stadia
"iets uit omloop nemen"
"in omloop (zijn)"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
omloop
Zelfstandig naamwoord
- wedstrijd voor wielrenners; wielerronde; wedstrijd in het wielrennen
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Bankbiljetten in omloop
- bankbiljetten in omloop.
- 8 Geld in omloop
- 1 Bankbiljetten in omloop [1]
- Door NHTO-banken in omloop gebrachte bankbiljetten
- Bruikbaar voor opnieuw in omloop brengen
- Door ECI-banken in omloop gebrachte bankbiljetten
- Deze voorraden maken geen deel uit van bankbiljetten in omloop.
- B de niet-aangepaste waarde van „bankbiljetten in omloop”
- Grond voor bomen met korte omloop (wilgen, populieren)
- De passivacategorie „geld in omloop” wordt gedefinieerd als „bankbiljetten en munten in omloop die algemeen worden gebruikt voor het verrichten van betalingen”.
- Totaal aantal in omloop gebrachte verzamelmunten, bij elkaar genomen voor alle denominaties.
- „afschrijven”: uit circulatie genomen eurobankbiljetten uit de balanspost „bankbiljetten in omloop” verwijderen.”.
- Door NHTO-banken in omloop gebrachte bankbiljetten, d.w.z. alle opnamen bij NHTO-banken.
- Door een ECI-bank in omloop gebrachte bankbiljetten, d.w.z. alle opnamen bij de ECI-bank.