Betekenis van:
omloop

omloop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het telkens opnieuw doorlopen van een reeks van stadia
"iets uit omloop nemen"
"in omloop (zijn)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

omloop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • traject v.e. hemellichaam

Hyperoniemen

omloop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • route waarlangs de wedstrijd plaatsvindt; parcours v.d. wedstrijd

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

omloop
Zelfstandig naamwoord
  • wedstrijd voor wielrenners; wielerronde; wedstrijd in het wielrennen

Synoniemen

Hyperoniemen

omloop (de ~ | meervoud omlopen)
Zelfstandig naamwoord
  • gang aan de buitenkant v.e. toren; gang aan de buitenkant v.e. toren; omgang op een gebouw; omgang rond een toren

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Bankbiljetten in omloop
  2. bankbiljetten in omloop.
  3. 8 Geld in omloop
  4. 1 Bankbiljetten in omloop [1]
  5. Door NHTO-banken in omloop gebrachte bankbiljetten
  6. Bruikbaar voor opnieuw in omloop brengen
  7. Door ECI-banken in omloop gebrachte bankbiljetten
  8. Deze voorraden maken geen deel uit van bankbiljetten in omloop.
  9. B de niet-aangepaste waarde van „bankbiljetten in omloop
  10. Grond voor bomen met korte omloop (wilgen, populieren)
  11. De passivacategorie „geld in omloop” wordt gedefinieerd als „bankbiljetten en munten in omloop die algemeen worden gebruikt voor het verrichten van betalingen”.
  12. Totaal aantal in omloop gebrachte verzamelmunten, bij elkaar genomen voor alle denominaties.
  13. „afschrijven”: uit circulatie genomen eurobankbiljetten uit de balanspost „bankbiljetten in omloop” verwijderen.”.
  14. Door NHTO-banken in omloop gebrachte bankbiljetten, d.w.z. alle opnamen bij NHTO-banken.
  15. Door een ECI-bank in omloop gebrachte bankbiljetten, d.w.z. alle opnamen bij de ECI-bank.