Betekenis van:
opruimen

opruimen
Werkwoord
  • uit de weg ruimen
"je speelgoed niet opruimen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

opruimen
Werkwoord
  • iets uit de weg ruimen
"Kun jij die rotzooi even voor mij opruimen?"
opruimen
Werkwoord
  • iets uitverkopen
"U krijgt vandaag 20% kassakorting, want we zijn aan het opruimen."
opruimen
Werkwoord
  • iets in orde brengen, netjes maken
"Zo, opgeruimd staat netjes!"
opruimen
Werkwoord
  • alles verkopen, de voorraad opruimen
"alles tegen lage prijzen opruimen"

Synoniemen

Hyperoniemen

opruimen
Werkwoord
  • in orde brengen, netjes maken
"je kamer opruimen"
"opgeruimd staat netjes"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

opruimen
Werkwoord
  • mbt. gaten

Hyperoniemen