Betekenis van:
zaken
zaken
Zelfstandig naamwoord
- commerciële activiteiten.
"Tja, zaken zijn nu eenmaal zaken!"
zaak (de ~ | meervoud zaken)
Zelfstandig naamwoord
- gerechtelijk proces; proces voor een rechtbank; geschil/pleidooi; rechtszaak; rechtszaak; rechtsgeding; geschil over rechten
"rechter in eigen zaken zijn"
"advocaat van kwade zaken"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
zaak (de ~ | meervoud zaken)
Zelfstandig naamwoord
- onderwerp v.e. gesprek; onderwerp van gesprek; onderwerp van gesprek
"de zaak laten rusten"
"ter zake doen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
zaak (de ~ | meervoud zaken)
Zelfstandig naamwoord
- onderdeel v.e. vermogen
"verbruikbare zaken"
"toekomstige zaken"
Hyperoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Zaken zijn zaken.
- Zaken zijn zaken.
- Dat zijn jouw zaken niet.
- Gedane zaken nemen geen keer.
- Ik meng niet graag zaken met plezier.
- Bemoei je niet met mijn zaken.
- Bemoei je met je eigen zaken!
- Bemoei je met je eigen zaken.
- Gelijke zaken worden opgelost in gelijke zaken
- Ik denk dat we samen zaken kunnen doen.
- Daar waren niet weinig interessante zaken te zien.
- Er zijn zaken die je beter niet weet.
- Is de minister van buitenlandse zaken al aangekomen?
- Ik ben hier voor zaken / op vakantie
- Terwijl ik over dat soort zaken nadacht, keek ik weer naar "Duck Soup"