Vertaling van aids

Inhoud:

Engels
Nederlands
aids {zn.}
aids [m]
"Is it possible to catch AIDS from toilet seats?" "No, it isn't."
"Is het mogelijk om AIDS te krijgen van WC-brillen?" "Nee, dat is niet mogelijk."
to aid, to assist, to help, to support, to attend to {ww.}
helpen 
ter zijde staan
bijstaan 
assisteren 

he/she/it aids

hij/zij/het helpt
» meer vervoegingen van helpen

Can I help?
Kan ik helpen?
Can anyone help me?
Kan iemand me helpen?
to aid, to assist, to help, to benefit, to accommodate, to attend to, to advance, to avail {ww.}
helpen 
ter zijde staan
bijstaan 
baten 

he/she/it aids

hij/zij/het helpt
» meer vervoegingen van helpen

Could you help me?
Kunt u me helpen?
We can help you.
Wij konnen je helpen.
acquired immune deficiency syndrome, aids {zn.}
aids [m] (narticle ~)
to aid, to assist, to help {ww.}
helpen
gerieven

he/she/it aids

hij/zij/het helpt
» meer vervoegingen van helpen

Come to help me.
Kom me helpen.
to aid, to assist, to help {ww.}
helpen

he/she/it aids

hij/zij/het helpt
» meer vervoegingen van helpen


Gerelateerd aan aids

aid - assist - help - support - attend to - benefit - accommodate - advance - avail - acquired immune deficiency syndromevirus - work - act - cater