Vertaling van ailing

Inhoud:

Engels
Nederlands
ailing, sickly, unhealthy, weak {bn.}
sukkelachtig
sukkelend
ziekelijk
ailing, suffering {bn.}
lijdend
ill, sick, unwell, ailing {bn.}
naar 
ziek 
to abide, to bear, to endure, to put up with, to suffer, to sustain, to ail {ww.}
lijden 
uitstaan
velen
doorstaan
ondergaan
verdragen 
I cannot bear the pain any more.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Man is destined to suffer.
De mens is voorbestemd tot lijden.
to be ailing, to ail {ww.}
ziek zijn

Gerelateerd aan ailing

sickly - unhealthy - weak - suffering - ill - sick - unwell - abide - bear - endure - put up with - suffer - sustain - ail - be ailing