Vertaling van drove

Inhoud:

Engels
Nederlands
bevy, collection, group, heap, herd, set, pack, cluster, suite, team, shoal, flight, drove, flock {zn.}
kudde
vlucht 
hoop
groep 
zwerm
troep
stel
set
school 
schare
drift [v]
There's a black sheep in every flock.
Er is een zwart schaap in elke kudde.
These clouds look like a flock of white sheep.
Deze wolken zien eruit als een kudde witte schapen.
flock, herd, drove {zn.}
kudde
drift
roedel
drove, horde, swarm {zn.}
zwerm [m] (de ~)
to direct, to guide, to manage, to steer, to conduct, to drive, to head, to lead, to refer {ww.}
besturen 
sturen
richten 
mennen
dirigeren

I drove
you drove
he/she/it drove

ik bestuurde
jij bestuurde
hij/zij/het bestuurde
» meer vervoegingen van besturen

Did your uncle let you drive his car?
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
You cannot be too careful when you drive a car.
Ge kunt niet te oplettend zijn bij het besturen van een auto.
to chase, to drive, to drive on, to impel, to shoo, to propel, to pursue, to actuate {ww.}
voortdrijven
aandrijven 
opjagen
drijven

I drove
you drove
he/she/it drove

ik dreef voort
jij dreef voort
hij/zij/het dreef voort
» meer vervoegingen van voortdrijven

to ram, to drive {ww.}
rammeien
rammen
heien

I drove
you drove
he/she/it drove

ik rammeide
jij rammeide
hij/zij/het rammeide
» meer vervoegingen van rammeien

to go, to ride, to travel, to drive {ww.}
gaan 
rijden
varen 
karren

I drove
you drove
he/she/it drove

ik ging
jij ging
hij/zij/het ging
» meer vervoegingen van gaan

I don't want to drive.
Ik wil niet rijden.
Let's drive to the lake.
Laten we naar het meer rijden.
to conduct, to guide, to lead, to channel, to wage, to bring, to drive {ww.}
brengen 
leiden
besturen 
voeren 
geleiden

I drove
you drove
he/she/it drove

ik bracht
jij bracht
hij/zij/het bracht
» meer vervoegingen van brengen

Wars bring scars.
Oorlogen brengen littekens.
All roads lead to Rome.
Alle wegen leiden naar Rome.
to conduct, to direct, to guide, to head, to lead, to drive, to show the way {ww.}
de weg wijzen
leiden
geleiden
rondleiden

I drove
you drove
he/she/it drove

ik leidde
jij leidde
hij/zij/het leidde
» meer vervoegingen van leiden

to drive {ww.}
chaufferen
rijden
vervoeren

I drove
you drove
he/she/it drove

ik chauffeerde
jij chauffeerde
hij/zij/het chauffeerde
» meer vervoegingen van chaufferen

to drive, to actuate {ww.}
aandrijven 

I drove
you drove
he/she/it drove

ik dreef aan
jij dreef aan
hij/zij/het dreef aan
» meer vervoegingen van aandrijven

to steer, to drive, to fly {ww.}
besturen 
sturen

I drove
you drove
he/she/it drove

ik bestuurde
jij bestuurde
hij/zij/het bestuurde
» meer vervoegingen van besturen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

They drove to the station by car.

Ze reden naar het station per auto.

He drove the car, listening to music on the radio.

Hij bestuurde de auto, luisterend naar muziek op de radio.


Gerelateerd aan drove

bevy - collection - group - heap - herd - set - pack - cluster - suite - team - shoal - flight - flock - horde - swarmgroup