Vertaling van enclosed

Inhoud:

Engels
Nederlands
enclosed {bn.}
bijgaand 
ingesloten
enclosed {bn.}
bijgaand
bijgesloten
ingesloten
to insert, to put away, to put in, to stow, to enclose, to introduce {ww.}
indoen
inleggen
inzetten

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik deed in
jij deed in
hij/zij/het deed in
» meer vervoegingen van indoen

to put away, to stow, to confine, to enclose {ww.}
wegbergen
opsluiten
insluiten
opbergen 
bergen 

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik borg weg
jij borg weg
hij/zij/het borg weg
» meer vervoegingen van wegbergen

to enclose {ww.}
omsluiten

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik omsloot
jij omsloot
hij/zij/het omsloot
» meer vervoegingen van omsluiten

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
inbrengen

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik bracht in
jij bracht in
hij/zij/het bracht in
» meer vervoegingen van inbrengen

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
inplakken

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik plakte in
jij plakte in
hij/zij/het plakte in
» meer vervoegingen van inplakken

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
inleggen

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik legde in
jij legde in
hij/zij/het legde in
» meer vervoegingen van inleggen

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
inzetten
vatten

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik zette in
jij zette in
hij/zij/het zette in
» meer vervoegingen van inzetten

to enclose, to enfold, to envelop, to enwrap, to wrap {ww.}
encadreren

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik encadreerde
jij encadreerde
hij/zij/het encadreerde
» meer vervoegingen van encadreren

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
inweven
inlassen
interpoleren
invoegen

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik weefde in
jij weefde in
hij/zij/het weefde in
» meer vervoegingen van inweven

to enclose, to enfold, to envelop, to enwrap, to wrap {ww.}
inwikkelen
rollen
wikkelen

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik wikkelde in
jij wikkelde in
hij/zij/het wikkelde in
» meer vervoegingen van inwikkelen

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
doorsteken
insteken

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik doorstak
jij doorstak
hij/zij/het doorstak
» meer vervoegingen van doorsteken

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
instoppen

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik stopte in
jij stopte in
hij/zij/het stopte in
» meer vervoegingen van instoppen

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
inleggen
inschakelen
charteren
inspannen
inzetten

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik legde in
jij legde in
hij/zij/het legde in
» meer vervoegingen van inleggen

to enclose, to inclose, to insert, to introduce, to put in, to stick in {ww.}
doorsteken

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik doorstak
jij doorstak
hij/zij/het doorstak
» meer vervoegingen van doorsteken

to enclose, to enfold, to envelop, to enwrap, to wrap {ww.}
omhullen
inkapselen
omsluieren

I enclosed
you enclosed
he/she/it enclosed

ik omhulde
jij omhulde
hij/zij/het omhulde
» meer vervoegingen van omhullen


Gerelateerd aan enclosed

insert - put away - put in - stow - enclose - introduce - confine - inclose - stick in - enfold - envelop - enwrap - wrapaccompanying - apply - enclose - glue - place down - carve up - add - turn - lay - go - cover