Vertaling van place down

Inhoud:

Engels
Nederlands
to locate, to place, to position, to set {ww.}
leggen 
plaatsen 
situeren
stationeren

I place
you place
we place

ik leg
jij legt
wij leggen
» meer vervoegingen van leggen

to attach, to put onto, to add, to append, to apply, to assign, to paste, to place {ww.}
aanzetten
voordoen

I place
you place
we place

ik zet aan
jij zet aan
wij zetten aan
» meer vervoegingen van aanzetten

to lay down, to place, to put, to put down, to lay, to set {ww.}
leggen 
steken
plaatsen 
stellen
stoppen 
zetten 
doen 

I place
you place
we place

ik leg
jij legt
wij leggen
» meer vervoegingen van leggen

to place down, to put down, to set down {ww.}
neerzetten
poten
neerpoten
planten
zetten
to place, to post, to send, to station {ww.}
posteren

I place
you place
we place

ik posteer
jij posteert
wij posteren
» meer vervoegingen van posteren

to place, to post, to send, to station {ww.}
detacheren

I place
you place
we place

ik detacheer
jij detacheert
wij detacheren
» meer vervoegingen van detacheren

to place, to post, to send, to station {ww.}
liggen

I place
you place
we place

ik lig
jij ligt
wij liggen
» meer vervoegingen van liggen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
leggen
rusten
neerleggen
voorleggen
deponeren

I place
you place
we place

ik leg
jij legt
wij leggen
» meer vervoegingen van leggen

In May, all birds lay an egg.
In mei leggen alle vogeltjes een ei.
to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
opstellen

I place
you place
we place

ik stel op
jij stelt op
wij stellen op
» meer vervoegingen van opstellen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
stellen
plaatsen

I place
you place
we place

ik stel
jij stelt
wij stellen
» meer vervoegingen van stellen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
steken

I place
you place
we place

ik steek
jij steekt
wij steken
» meer vervoegingen van steken

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
doen
stoppen
steken

I place
you place
we place

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
richten

I place
you place
we place

ik richt
jij richt
wij richten
» meer vervoegingen van richten

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
aanzetten

I place
you place
we place

ik zet aan
jij zet aan
wij zetten aan
» meer vervoegingen van aanzetten

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
aansturen

I place
you place
we place

ik stuur aan
jij stuurt aan
wij sturen aan
» meer vervoegingen van aansturen

to commit, to invest, to place, to put {ww.}
beleggen

I place
you place
we place

ik beleg
jij belegt
wij beleggen
» meer vervoegingen van beleggen

to identify, to place {ww.}
identificeren

I place
you place
we place

ik identificeer
jij identificeert
wij identificeren
» meer vervoegingen van identificeren

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
beogen

I place
you place
we place

ik beoog
jij beoogt
wij beogen
» meer vervoegingen van beogen

to lay, to place, to pose, to position, to put, to set {ww.}
leggen

I place
you place
we place

ik leg
jij legt
wij leggen
» meer vervoegingen van leggen

to commit, to invest, to place, to put {ww.}
investeren

I place
you place
we place

ik investeer
jij investeert
wij investeren
» meer vervoegingen van investeren

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
nawijzen

I place
you place
we place

ik wijs na
jij wijst na
wij wijzen na
» meer vervoegingen van nawijzen

to localise, to localize, to place {ww.}
lokaliseren

I place
you place
we place

ik lokaliseer
jij lokaliseert
wij lokaliseren
» meer vervoegingen van lokaliseren

to identify, to place {ww.}
legitimeren

I place
you place
we place

ik legitimeer
jij legitimeert
wij legitimeren
» meer vervoegingen van legitimeren

to grade, to order, to place, to range, to rank, to rate {ww.}
plaatsen

I place
you place
we place

ik plaats
jij plaatst
wij plaatsen
» meer vervoegingen van plaatsen

to commit, to invest, to place, to put {ww.}
vastzetten
vastleggen

I place
you place
we place

ik zet vast
jij zet vast
wij zetten vast
» meer vervoegingen van vastzetten

to commit, to invest, to place, to put {ww.}
plaatsen
uitzetten

I place
you place
we place

ik plaats
jij plaatst
wij plaatsen
» meer vervoegingen van plaatsen

I can place the palms of my hands on the floor without bending my knees.
Ik kan mijn handpalmen op de vloer plaatsen zonder mijn knieën te buigen.
to identify, to place {ww.}
identificeren

I place
you place
we place

ik identificeer
jij identificeert
wij identificeren
» meer vervoegingen van identificeren

The doctors use triage to identify urgent cases.
De artsen gebruiken triage om dringende gevallen te identificeren.
to grade, to order, to place, to range, to rank, to rate {ww.}
inschalen

I place
you place
we place

ik schaal in
jij schaalt in
wij schalen in
» meer vervoegingen van inschalen


Gerelateerd aan place down

locate - place - position - set - attach - put onto - add - append - apply - assign - paste - lay down - put - put down - laylay - stand - billet - abide - displace - apply - dig - turn - unlock - drive - commit - demonstrate - assay - endeavor - pass - deride - measure - assort - domiciliate