Vertaling van reading

Inhoud:

Engels
Nederlands
reading {zn.}
lezing [v]
reading, reading material {zn.}
lectuur [v] (de ~)
leesvoer [o] (het ~)
reading, recital, recitation {zn.}
voorlezing
voordracht [m] (de ~)
lezing [v] (de ~)
lecture, reading {zn.}
college  [o]
The professor gave a lecture on the Middle East.
De professor hield een college over het Midden-Oosten.
reading matter, reading {zn.}
lectuur [v]
reading {zn.}
lezing [v] (de ~)
lectuur [v] (de ~)
to read {ww.}
lezen 

I am reading

to read, to read out {ww.}
aflezen
uitkrijgen
uitlezen

I am reading

to read, to say {ww.}
luiden

I am reading

meter reading, reading {zn.}
reading
indication, meter reading, reading {zn.}
meterstand
meter reading, reading {zn.}
boekenkennis
schoolwijsheid
boekenwijsheid [v] (de ~)
interpretation, reading, version {zn.}
voorstelling
interpretation, reading, version {zn.}
voorstellingswijze
meter reading, reading {zn.}
belezenheid
to read {ww.}
lezen

I am reading

to read, to scan {ww.}
laden

I am reading

to read, to record, to register, to show {ww.}
inspreken

I am reading

to read, to scan {ww.}
inlezen

I am reading

to read {ww.}
inlezen

I am reading

to read {ww.}
aflezen

I am reading

to read {ww.}
meelezen

I am reading

to read, to say {ww.}
staan

I am reading

to read, to record, to register, to show {ww.}
patenteren

I am reading

to read, to take {ww.}
lezen

I am reading

to read, to say {ww.}
luiden

I am reading

to read {ww.}
oplezen

I am reading

to interpret, to read, to translate, to understand {ww.}
interpreteren
uitleggen
begrijpen

I am reading

to read {ww.}
doorlezen

I am reading

to read {ww.}
teruglezen

I am reading

to read {ww.}
voorlezen
lezen

I am reading

to read {ww.}
aflezen

I am reading


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I'm reading.

Ik lees.

I'm reading this book.

Ik lees dit boek.

Who is reading?

Wie leest er?

The woman is reading.

De vrouw is aan het lezen.

Now I'm reading, you're reading and he's reading; we're all reading.

Nu lees ik, lees jij en leest hij; wij lezen allen.

I'm reading the newspaper.

Ik ben de krant aan het lezen.

He stopped reading newspapers.

Hij stopte met het lezen van kranten.

What are you reading?

Wat ben je aan het lezen?

He is reading.

Hij leest.

I love reading books.

Ik lees heel graag boeken.

I like reading books.

Ik lees graag boeken.

Reading a book is interesting.

Een boek lezen is interessant.

He continued reading the book.

Hij las verder in het boek.

I like reading American novels.

Ik lees graag Amerikaanse romans.

Reading books is very interesting.

Boeken lezen is erg interessant.