Vertaling van she-bear
Inhoud:
Engels
Nederlands
to abide, to endure, to bear, to cope, to stand, to withstand {ww.}
I bear
you bear
we bear
ik verdraag
jij verdraagt
wij verdragen
» meer vervoegingen van verdragen
I cannot stand this anymore.
Ik kan het niet meer uithouden.
I can't stand this hot weather.
Ik kan dit hete weer niet uitstaan.
I bear
you bear
we bear
ik breng voort
jij brengt voort
wij brengen voort
» meer vervoegingen van voortbrengen
to abide, to bear, to carry out, to endure, to put up with, to suffer, to stand, to carry away, to afford {ww.}
I bear
you bear
we bear
ik houd uit
jij houdt uit
wij houden uit
» meer vervoegingen van uithouden
Your research will surely bear fruit.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.
I bear
you bear
we bear
ik draag
jij draagt
wij dragen
» meer vervoegingen van dragen
Shall I carry your coat?
Zal ik uw jas dragen?
Do I have to wear a tie at work?
Moet ik een stropdas naar het werk dragen?
to bear, to produce, to yield {ww.}
voortbrengen
opbrengen
opleveren
afwerpen
opbrengen
opleveren
afwerpen
I bear
you bear
we bear
ik breng voort
jij brengt voort
wij brengen voort
» meer vervoegingen van voortbrengen
to abide, to bear, to endure, to put up with, to suffer, to sustain, to ail {ww.}
I bear
you bear
we bear
ik lijd
jij lijdt
wij lijden
» meer vervoegingen van lijden
I cannot bear the pain any more.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Man is destined to suffer.
De mens is voorbestemd tot lijden.