Vertaling van suit
I suit
you suit
we suit
ik sta
jij staat
wij staan
» meer vervoegingen van staan
I suit
you suit
we suit
ik pas
jij past
wij passen
» meer vervoegingen van passen
I suit
you suit
we suit
ik kleed
jij kleedt
wij kleden
» meer vervoegingen van kleden
deugen
I suit
you suit
we suit
ik deug
jij deugt
wij deugen
» meer vervoegingen van deugen
eis
stelletje
set
complet
uitkomen
passen
treffen
schikken
I suit
you suit
we suit
ik convenieer
jij convenieert
wij conveniëren
» meer vervoegingen van conveniëren
I suit
you suit
we suit
ik bekom
jij bekomt
wij bekomen
» meer vervoegingen van bekomen
Voorbeelden in zinsverband
Nice suit.
Mooi pak.
My suit is grey.
Mijn pak is grijs.
My suit is gray.
Mijn pak is grijs.
The tie doesn't fit with my suit.
De das past niet bij mijn pak.
Those shoes do not go with the suit.
Die schoenen passen niet met het pak.
They stared at her swimming suit in amazement.
Ze staarden met verbazing naar haar zwempak.
I want a suit made of this material.
Ik wil een pak gemaakt van dit materiaal.
Where did you have your new suit made?
Waar heb je je nieuwe kostuum laten maken?
Trying on the suit, Dima found it to be too big.
Dima paste het pak, maar het bleek te groot te zijn.
As she fetched Dima the suit, the shopkeeper noticed smears of blood on his shirt, and couldn't help but stare in shock.
Terwijl ze het pak voor Dima haalde, merkte de verkoopster op dat hij bloedvlekken op zijn overhemd had, en kon er alleen maar geschokt naar staren.
"Would you like to buy a suit?" the shopkeeper asked Dima, who brought the smells of the previous night with him as he walked through the door.
"Wilt u een pak kopen?" vroeg de verkoopster aan Dima, die de geuren van de nacht ervoor met zich meebracht toen hij door de deur liep.
"But it's true!" Dima insisted. "They won't let me buy the suit unless I give them another 99 kopeks! Can't you wire me some money?"
"Maar het is waar!" drong Dima aan. "Ze laten me het pak niet kopen, tenzij ik ze nog 99 kopeke geef! Kun je me niet wat geld overmaken?"