Vertaling van suit

Inhoud:

Engels
Nederlands
to suit, to fit, to make ... look {ww.}
staan

I suit
you suit
we suit

ik sta
jij staat
wij staan
» meer vervoegingen van staan

to be appropriate, to be suitable, to suit, to comply, to fit {ww.}
passen
betamen
voegen
uitkomen 
schikken 
gelegen komen

I suit
you suit
we suit

ik pas
jij past
wij passen
» meer vervoegingen van passen

They fit each other so perfectly.
Ze passen perfect bij elkaar.
Those shoes do not go with the suit.
Die schoenen passen niet met het pak.
to clothe, to dress, to fit, to suit, to array, to attire {ww.}
kleden
staan
omkleden
aankleden 

I suit
you suit
we suit

ik kleed
jij kleedt
wij kleden
» meer vervoegingen van kleden

You are expected to dress well for this shop.
Je dient je correct te kleden voor deze winkel.
to be suitable, to fit, to suit, to be of use, to serve, to do {ww.}
geschikt zijn
deugen

I suit
you suit
we suit

ik deug
jij deugt
wij deugen
» meer vervoegingen van deugen

emblem, logo, symbol, suit {zn.}
kleur 
zinnebeeld
embleem [o]
charge, claim, demand, suit {zn.}
vordering [v]
eis [m]
action, case, hearing, lawsuit, suit, trial {zn.}
zaak 
rechtsgeding 
proces
gerechtszaak
geding
rechtszaak
Voilá! Case resolved!
Zaak opgelost!
The case is closed.
De zaak wordt gesloten.
outfit, set, suit, complement {zn.}
stel
stelletje [o]
set
complet [o]
costume, outfit, suit, dress {zn.}
dracht [v]
gewaad
kostuum 
pak [o]
to accommodate, to fit, to suit {ww.}
conveniëren
uitkomen
passen
treffen
schikken

I suit
you suit
we suit

ik convenieer
jij convenieert
wij conveniëren
» meer vervoegingen van conveniëren

to befit, to beseem, to suit {ww.}
bekomen

I suit
you suit
we suit

ik bekom
jij bekomt
wij bekomen
» meer vervoegingen van bekomen



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Nice suit.

Mooi pak.

My suit is grey.

Mijn pak is grijs.

My suit is gray.

Mijn pak is grijs.

The tie doesn't fit with my suit.

De das past niet bij mijn pak.

Those shoes do not go with the suit.

Die schoenen passen niet met het pak.

They stared at her swimming suit in amazement.

Ze staarden met verbazing naar haar zwempak.

I want a suit made of this material.

Ik wil een pak gemaakt van dit materiaal.

Where did you have your new suit made?

Waar heb je je nieuwe kostuum laten maken?

Trying on the suit, Dima found it to be too big.

Dima paste het pak, maar het bleek te groot te zijn.

As she fetched Dima the suit, the shopkeeper noticed smears of blood on his shirt, and couldn't help but stare in shock.

Terwijl ze het pak voor Dima haalde, merkte de verkoopster op dat hij bloedvlekken op zijn overhemd had, en kon er alleen maar geschokt naar staren.

"Would you like to buy a suit?" the shopkeeper asked Dima, who brought the smells of the previous night with him as he walked through the door.

"Wilt u een pak kopen?" vroeg de verkoopster aan Dima, die de geuren van de nacht ervoor met zich meebracht toen hij door de deur liep.

"But it's true!" Dima insisted. "They won't let me buy the suit unless I give them another 99 kopeks! Can't you wire me some money?"

"Maar het is waar!" drong Dima aan. "Ze laten me het pak niet kopen, tenzij ik ze nog 99 kopeke geef! Kun je me niet wat geld overmaken?"


Gerelateerd aan suit

fit - make ... look - be appropriate - be suitable - comply - clothe - dress - array - attire - be of use - serve - do - emblem - logo - symbolcapable - desire - appeal