Vertaling van to act

Inhoud:

Engels
Nederlands
to act, to be effective, to have effect, to impact, to impinge, to work, to avail, to be efficacious, to affect {ww.}
werken 
uitwerken
uitwerking hebben
effect sorteren

I act
you act
we act

ik werk
jij werkt
wij werken
» meer vervoegingen van werken

Let's work.
Laat ons werken.
A man must work.
Een mens moet werken.
to act, to take action, to move {ww.}
doen 
handelen
te werk gaan
optreden 
bezig zijn
ageren

I act
you act
we act

ik doe
jij doet
wij doen
» meer vervoegingen van doen

We have to act quickly.
We moeten snel handelen.
Let's act like we're foreigners.
Laten we doen alsof we buitenlanders zijn.
to act, to take action, to move {ww.}
handelen
doen 
te werk gaan
bezig zijn
ageren
optreden 

I act
you act
we act

ik handel
jij handelt
wij handelen
» meer vervoegingen van handelen

to act, to perform {ww.}
acteren

I act
you act
we act

ik acteer
jij acteert
wij acteren
» meer vervoegingen van acteren

to act, to do, to make, to perform, to carry out, to commit, to form, to reach, to render, to work, to wage {ww.}
maken 
aanmaken 
bedrijven 
doen 
uitbrengen
uitrichten
uitvoeren 

I act
you act
we act

ik maak
jij maakt
wij maken
» meer vervoegingen van maken

to act, to take action, to move {ww.}
tussenkomen
optreden 
ageren
doen 
bezig zijn
handelen
te werk gaan

I act
you act
we act

ik treed op
jij treedt op
wij treden op
» meer vervoegingen van optreden

to behave, to conduct oneself, to act {ww.}
zich gedragen
to affect, to influence, to act, to impinge, to shape, to sway {ww.}
invloed hebben op
beïnvloeden

I act
you act
we act

ik beïnvloed
jij beïnvloedt
wij beïnvloeden
» meer vervoegingen van beïnvloeden

to proceed, to act {ww.}
te werk gaan
to appear, to appear to be, to seem, to look, to act {ww.}
lijken
vóórkomen
voorkomen
toeschijnen
schijnen
overkomen

I act
you act
we act

ik lijk
jij lijkt
wij lijken
» meer vervoegingen van lijken

These two leaves look alike.
Deze twee bladeren lijken op elkaar.
All those flowers look alike.
Deze bloemen lijken allemaal op elkaar.
to function, to operate, to run, to work, to perform, to act {ww.}
functioneren 
het doen
in zijn werk gaan
werken 

I act
you act
we act

ik functioneer
jij functioneert
wij functioneren
» meer vervoegingen van functioneren

to serve, to act, to attend {ww.}
dienen
bedienen 
helpen 
van dienst zijn

I act
you act
we act

ik dien
jij dient
wij dienen
» meer vervoegingen van dienen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

We have to act quickly.

We moeten snel handelen.

It was hard for me to act pleasantly to others.

Het was moeilijk voor mij om aangenaam over te komen naar anderen toe.


Gerelateerd aan to act

act - be effective - have effect - impact - impinge - work - avail - be efficacious - affect - take action - move - perform - do - make - carry outcome about - rampage - act