Vertaling van damp

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rook [m], damp [m] {zn.}
rook [m]
damp [m] {zn.}
Rook je?
Rook je?
Ik rook noch drink.
Ik rook noch drink.
mist [m], damp [m], nevel [m], floers [o] {zn.}
mist [m]
damp [m]
nevel [m]
floers [o] {zn.}
We konden niets zien, behalve mist.
We konden niets zien, behalve mist.
Ik wil niet dat iemand dit mist.
Ik wil niet dat iemand dit mist.
damp [m] (de ~) {zn.}
damp [m] (de ~) {zn.}
Een wolk is een massa damp.
Een wolk is een massa damp.
smog, damp [m], uitwaseming [v] {zn.}
smog
damp [m]
uitwaseming [v] {zn.}
In grote steden, zoals bijvoorbeeld in Londen, is veel smog.
In grote steden, zoals bijvoorbeeld in Londen, is veel smog.
stoom [m], damp [m], wasem [m] {zn.}
stoom [m]
damp [m]
wasem [m] {zn.}
De warmte verandert water in stoom.
De warmte verandert water in stoom.
dampen {ww.}
dampen {ww.}

ik damp
jij dampt
hij/zij/het dampt

ik damp
jij dampt
hij/zij/het dampt
» meer vervoegingen van dampen

dampen, stomen, wasemen {ww.}
dampen
stomen
wasemen {ww.}

ik damp
jij dampt
hij/zij/het dampt

ik damp
jij dampt
hij/zij/het dampt
» meer vervoegingen van dampen

rook [m] (de ~), damp {zn.}
rook [m] (de ~)
damp {zn.}
Ik rook niet.
Ik rook niet.
Moet je die rook zien.
Moet je die rook zien.
roken, oproken, paffen, smoken, dampen {ww.}
roken
oproken
paffen
smoken
dampen {ww.}

ik damp
jij dampt
hij/zij/het dampt

ik rook
jij rookt
hij/zij/het rookt
» meer vervoegingen van roken

Wilt ge roken?
Wilt ge roken?
Roken is toegestaan.
Roken is toegestaan.
dampen, perspireren, transpireren, uitdampen, uitwasemen, wasemen {ww.}
dampen
perspireren
transpireren
uitdampen
uitwasemen
wasemen {ww.}

ik damp
jij dampt
hij/zij/het dampt

ik damp
jij dampt
hij/zij/het dampt
» meer vervoegingen van dampen



Gerelateerd aan damp

rook - mist - nevel - floers - smog - uitwaseming - stoom - wasem - dampen - stomen - wasemen - roken - oproken - paffen - smokengas - mengsel - gebruiken - afgeven - damp