Vertaling van gerust

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
gerust,
gerust
gerust, risicoloos, secuur, veilig, zeker {bn.}
gerust
risicoloos
secuur
veilig
zeker {bn.}
bedaard, gerust, kalm, rustig {bn.}
bedaard
gerust
kalm
rustig {bn.}
gerust {bn.}
gerust {bn.}
eens, gerust, maar
eens
gerust
maar
rusten {ww.}
rusten {ww.}

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten

Hij moest rusten.
Hij moest rusten.
Ik ga wat rusten.
Ik ga wat rusten.
kalmeren, geruststellen, bedaren {ww.}
kalmeren
geruststellen
bedaren {ww.}

ik bedaar
jij bedaart
hij/zij/het bedaart

ik kalmeer
jij kalmeert
hij/zij/het kalmeert
» meer vervoegingen van kalmeren

Muziek heeft de charme om een wild beest te kalmeren.
Muziek heeft de charme om een wild beest te kalmeren.
rusten, drukken, belasten {ww.}
rusten
drukken
belasten {ww.}

ik heb belast
ik had belast
ik zal belast hebben

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten

Laten wij even rusten.
Laten wij even rusten.
Moge hij rusten in vrede!
Moge hij rusten in vrede!
rusten, leggen, neerleggen, voorleggen, deponeren {ww.}
rusten
leggen
neerleggen
voorleggen
deponeren {ww.}

ik heb gedeponeerd
ik had gedeponeerd
ik zal gedeponeerd hebben

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten

Na gedane arbeid is het goed rusten.
Na gedane arbeid is het goed rusten.
rusten {ww.}
rusten {ww.}

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten

slapen, rusten, snurken, slapend, bronzen, meuren, pitten, maffen, knorren, keveren {ww.}
slapen
rusten
snurken
slapend
bronzen
meuren
pitten
maffen
knorren
keveren {ww.}

ik heb gebronsd
ik had gebronsd
ik zal gebronsd hebben

ik heb geslapen
ik had geslapen
ik zal geslapen hebben
» meer vervoegingen van slapen

Wij wonnen de bronzen medaille.
Wij wonnen de bronzen medaille.
Ga slapen.
Ga slapen.
rusten {ww.}
rusten {ww.}

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten

rusten, wapenen {ww.}
rusten
wapenen {ww.}

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten

rusten {ww.}
rusten {ww.}

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben

ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten

geruststellen {ww.}
geruststellen {ww.}

ik stel gerust
jij stelt gerust
hij/zij/het stelt gerust

ik stel gerust
jij stelt gerust
hij/zij/het stelt gerust
» meer vervoegingen van geruststellen



Gerelateerd aan gerust

- risicoloos - secuur - veilig - zeker - bedaard - kalm - rustig - eens - maar - rusten - kalmeren - geruststellen - bedaren - drukkenkalm - voorzien - stellen - pozen - zitten - ontspannen - equiperen - liggen - apaiseren