Vertaling van gerust
risicoloos
secuur
veilig
zeker {bn.}
gerust
kalm
rustig {bn.}
gerust
maar
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten
geruststellen
bedaren {ww.}
ik bedaar
jij bedaart
hij/zij/het bedaart
ik kalmeer
jij kalmeert
hij/zij/het kalmeert
» meer vervoegingen van kalmeren
drukken
belasten {ww.}
ik heb belast
ik had belast
ik zal belast hebben
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten
leggen
neerleggen
voorleggen
deponeren {ww.}
ik heb gedeponeerd
ik had gedeponeerd
ik zal gedeponeerd hebben
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten
rusten
snurken
slapend
bronzen
meuren
pitten
maffen
knorren
keveren {ww.}
ik heb gebronsd
ik had gebronsd
ik zal gebronsd hebben
ik heb geslapen
ik had geslapen
ik zal geslapen hebben
» meer vervoegingen van slapen
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten
wapenen {ww.}
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
ik heb gerust
ik had gerust
ik zal gerust hebben
» meer vervoegingen van rusten
ik stel gerust
jij stelt gerust
hij/zij/het stelt gerust
ik stel gerust
jij stelt gerust
hij/zij/het stelt gerust
» meer vervoegingen van geruststellen