Vertaling van hopen
ik hoop
jij hoopt
hij/zij/het hoopt
ik hoop
jij hoopt
hij/zij/het hoopt
» meer vervoegingen van hopen
ik hoop
jij hoopt
hij/zij/het hoopt
ik hoop
jij hoopt
hij/zij/het hoopt
» meer vervoegingen van hopen
ophopen
stapelen
optassen
opeenstapelen
opstapelen {ww.}
ik hoop
jij hoopt
hij/zij/het hoopt
ik hoop
jij hoopt
hij/zij/het hoopt
» meer vervoegingen van hopen
ik hoop
jij hoopt
hij/zij/het hoopt
ik hoop
jij hoopt
hij/zij/het hoopt
» meer vervoegingen van hopen
tas
massa
menigte
boel
stapel
troep
schare
drom {zn.}
groep
hoop (mv. hopen)
kudde
schare
school
set
stel
troep
zwerm
vlucht {zn.}
uitzicht {zn.}
opper
hooiopper
schelf
stapel {zn.}
berg
pak
massa
boel
bom
stoot
veelheid
kwak
sjees
bulk
smak
zwik
zooi
vracht
bende
troep
stelletje
schep
lading {zn.}
druk
hoopje
drol
dreutel
bout
bolus {zn.}
berg
tas
stapel
hoopje {zn.}
hoop (mv. hopen)
toevlucht {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Laten we het hopen.
Laten we het hopen.
Laat ons hopen!
Laat ons hopen!
Laten we hopen dat tijden veranderen.
Laten we hopen dat tijden veranderen.
We hopen dat je snel beter wordt.
We hopen dat je snel beter wordt.
We hopen dat je van de voorstelling zult genieten.
We hopen dat je van de voorstelling zult genieten.
Zoals altijd kon ik slechts hopen dat de politie me niet zou aanhouden.
Zoals altijd kon ik slechts hopen dat de politie me niet zou aanhouden.
Dit is Millers nieuwste boek, en we hopen dat het niet het laatste zal zijn.
Dit is Millers nieuwste boek, en we hopen dat het niet het laatste zal zijn.
De mens is sterfelijk door zijn angsten en onsterfelijk door zijn hopen.
De mens is sterfelijk door zijn angsten en onsterfelijk door zijn hopen.