Vertaling van leven van

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
leven van, zich voeden met, verslinden {ww.}
leven van
zich voeden met
verslinden {ww.}
Het leven van een bankier is zwaar.
Het leven van een bankier is zwaar.
Het leven van Mozart was heel kort.
Het leven van Mozart was heel kort.
leven van, teren op
leven van
teren op
leven {ww.}
leven {ww.}

ik leef
ik zal leven
ik zou leven

ik leef
ik zal leven
ik zou leven
» meer vervoegingen van leven

Leven en laten leven.
Leven en laten leven.
Dat is het leven.
Dat is het leven.
verrichten, uitvoeren, voltrekken, vervullen, naleven, nakomen {ww.}
verrichten
uitvoeren
voltrekken
vervullen
naleven
nakomen {ww.}

ik kom na
jij komt na
hij/zij/het komt na

ik verricht
jij verricht
hij/zij/het verricht
» meer vervoegingen van verrichten

Laten we het uitvoeren.
Laten we het uitvoeren.
Computers zijn in staat tot het verrichten van extreem moeilijk werk.
Computers zijn in staat tot het verrichten van extreem moeilijk werk.
leven {ww.}
leven {ww.}

ik leef
ik zal leven
ik zou leven

ik leef
ik zal leven
ik zou leven
» meer vervoegingen van leven

Het leven gaat verder.
Het leven gaat verder.
Ren voor je leven!
Ren voor je leven!
leven {ww.}
leven {ww.}

ik leef
ik zal leven
ik zou leven

ik leef
ik zal leven
ik zou leven
» meer vervoegingen van leven

Het leven is prachtig!
Het leven is prachtig!
leven {ww.}
leven {ww.}

ik leef
ik zal leven
ik zou leven

ik leef
ik zal leven
ik zou leven
» meer vervoegingen van leven

bestaan, leven {ww.}
bestaan
leven {ww.}

ik besta
jij bestaat
hij/zij/het bestaat

ik besta
jij bestaat
hij/zij/het bestaat
» meer vervoegingen van bestaan

verplaatsen, inleven {ww.}
verplaatsen
inleven {ww.}

ik leef in
jij leeft in
hij/zij/het leeft in

ik verplaats
jij verplaatst
hij/zij/het verplaatst
» meer vervoegingen van verplaatsen

De administratie besliste de zetel van de firma te verplaatsen naar Hawaï.
De administratie besliste de zetel van de firma te verplaatsen naar Hawaï.
respecteren, naleven, eerbiedigen {ww.}
respecteren
naleven
eerbiedigen {ww.}

ik eerbiedig
jij eerbiedigt
hij/zij/het eerbiedigt

ik respecteer
jij respecteert
hij/zij/het respecteert
» meer vervoegingen van respecteren

Ze respecteren hem.
Ze respecteren hem.
delen, deelnemen, meevoelen, meeleven {ww.}
delen
deelnemen
meevoelen
meeleven {ww.}

ik neem deel
jij neemt deel
hij/zij/het neemt deel

ik deel
jij deelt
hij/zij/het deelt
» meer vervoegingen van delen

Niet winnen is belangrijk, maar deelnemen.
Niet winnen is belangrijk, maar deelnemen.
Ik wil deelnemen aan het protest.
Ik wil deelnemen aan het protest.
naleven {ww.}
naleven {ww.}

ik leef na
jij leeft na
hij/zij/het leeft na

ik leef na
jij leeft na
hij/zij/het leeft na
» meer vervoegingen van naleven



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Het leven van een bankier is zwaar.

Het leven van een bankier is zwaar.

Het leven van Mozart was heel kort.

Het leven van Mozart was heel kort.

Deze roman beschrijft het leven van de Japanners zoals het honderd jaar geleden was.

Deze roman beschrijft het leven van de Japanners zoals het honderd jaar geleden was.