Vertaling van rek
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
rek, etagère {zn.}
rek
etagère {zn.}
etagère {zn.}
bank , ezel , bok , werkbank, stander, schraag, rek, stellage {zn.}
bank
ezel
bok
werkbank
stander
schraag
rek
stellage {zn.}
ezel
bok
werkbank
stander
schraag
rek
stellage {zn.}
Een oude bok lust ook nog wel een groen blaadje.
Een oude bok lust ook nog wel een groen blaadje.
Een ezel stoot zich in 't gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen.
Een ezel stoot zich in 't gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen.
net, rek, bagagenet {zn.}
net
rek
bagagenet {zn.}
rek
bagagenet {zn.}
Hij repareerde het net.
Hij repareerde het net.
Hij is net teruggekomen.
Hij is net teruggekomen.
rekstok, rek {zn.}
rekstok
rek {zn.}
rek {zn.}
veerkracht, rekbaarheid , rek, elasticiteit {zn.}
veerkracht
rekbaarheid
rek
elasticiteit {zn.}
rekbaarheid
rek
elasticiteit {zn.}
klimrek, rek {zn.}
klimrek
rek {zn.}
rek {zn.}
ophouden, rekken, strekken, uitbreiden, uitsteken, uitstrekken {ww.}
ophouden
rekken
strekken
uitbreiden
uitsteken
uitstrekken {ww.}
rekken
strekken
uitbreiden
uitsteken
uitstrekken {ww.}
ik houd op
jij houdt op
hij/zij/het houdt op
ik houd op
jij houdt op
hij/zij/het houdt op
» meer vervoegingen van ophouden
doortrekken, rekken, uitleggen, uitrekken, uittrekken, verlengen {ww.}
doortrekken
rekken
uitleggen
uitrekken
uittrekken
verlengen {ww.}
rekken
uitleggen
uitrekken
uittrekken
verlengen {ww.}
ik doortrek
jij doortrekt
hij/zij/het doortrekt
ik doortrek
jij doortrekt
hij/zij/het doortrekt
» meer vervoegingen van doortrekken
rekken, uitrekken {ww.}
rekken
uitrekken {ww.}
uitrekken {ww.}
ik rek
jij rekt
hij/zij/het rekt
ik rek
jij rekt
hij/zij/het rekt
» meer vervoegingen van rekken
rekken, uitstrekken, uitrekken, oprekken {ww.}
rekken
uitstrekken
uitrekken
oprekken {ww.}
uitstrekken
uitrekken
oprekken {ww.}
ik rek op
jij rekt op
hij/zij/het rekt op
ik rek
jij rekt
hij/zij/het rekt
» meer vervoegingen van rekken
rekken, uitrekken {ww.}
rekken
uitrekken {ww.}
uitrekken {ww.}
ik rek
jij rekt
hij/zij/het rekt
ik rek
jij rekt
hij/zij/het rekt
» meer vervoegingen van rekken
rekken {ww.}
rekken {ww.}
ik rek
jij rekt
hij/zij/het rekt
ik rek
jij rekt
hij/zij/het rekt
» meer vervoegingen van rekken