Vertaling van last

Inhoud:

Engels
Nederlands
last, final, hindmost, latest, latter, ultimate {bn.}
achterste
jongstgeleden
laatst 
last, past {bn.}
afgelopen 
laatstleden
verleden
verschenen
vervlogen
voorbij
to continue, to hold, to last {ww.}
aanhouden 

I last
you last
we last

ik houd aan
jij houdt aan
wij houden aan
» meer vervoegingen van aanhouden

to continue, to endure, to keep on, to last, to persist, to wear {ww.}
voortduren
standhouden
beklijven
duren
aanhouden 

I last
you last
we last

ik houd stand
jij houdt stand
wij houden stand
» meer vervoegingen van standhouden

to continue, to last {ww.}
voortduren
continueren
doorlopen 
bestendigen

I last
you last
we last

ik continueer
jij continueert
wij continueren
» meer vervoegingen van continueren

final, conclusive, last, ultimate {bn.}
finaal
uiteindelijk 
to endure, to go, to hold out, to hold up, to last, to live, to live on, to survive {ww.}
voortleven

I last
you last
we last

ik leef voort
jij leeft voort
wij leven voort
» meer vervoegingen van voortleven

to endure, to go, to hold out, to hold up, to last, to live, to live on, to survive {ww.}
leven

I last
you last
we last

ik leef
jij leeft
wij leven
» meer vervoegingen van leven

We live in peace.
We leven in vrede.
Twenty families live here.
Twintig families leven hier.
to endure, to go, to hold out, to hold up, to last, to live, to live on, to survive {ww.}
I live on the bottom floor.
Ik woon gelijkvloers.
What floor do you live on?
Op welke verdieping woont ge?
to endure, to last {ww.}
duren

they last

zij duren
» meer vervoegingen van duren

You can never tell how long these meetings will last.
Je weet nooit hoelang deze vergaderingen zullen duren.


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He breathed his last.

Hij blies z'n laatste ademtocht uit.

His father died last year.

Zijn vader is vorig jaar overleden.

This is the last straw.

Dit is de druppel.

They set out last night.

Gisteravond zijn ze vertrokken.

It was raining last night.

Het heeft geregend vannacht.

Were you tired last night?

Was je gisteravond moe?

He visited Kyoto last year.

Hij bezocht Kyoto vorig jaar.

His son died last year.

Zijn zoon is het afgelopen jaar gestorven.

Cobbler, stick to your last.

Schoenmaker blijf bij uw leest.

Was he in Hokkaido last year?

Is hij in Hokkaido geweest vorig jaar?

At last he found out the truth.

Uiteindelijk ontdekte hij de waarheid.

Tom had his house painted last summer.

Tom heeft deze zomer zijn huis laten verven.

His wish was realized at last.

Zijn wens werd uiteindelijk vervuld.

What did you do last Sunday?

Wat heb je afgelopen zondag gedaan?

I lived in New York last year.

Vorig jaar woonde ik in New York.


Gerelateerd aan last

final - hindmost - latest - latter - ultimate - past - continue - hold - endure - keep on - persist - wear - conclusive - go - hold outbear on - be - exist - continue