Vertaling van one
we
je
ze
een of andere
enigerlei
enigst
enig
Voorbeelden in zinsverband
One for all, all for one.
Eén voor allen, allen voor één.
You're the tallest one.
Jij bent de grootste.
It's one o'clock.
Het is een uur.
She is thirty-one.
Ze is eenendertig jaar.
Which one is you?
Welke ben jij?
You're a nice one!
Jij bent ook een mooie!
I purchased one bag.
Ik heb één zak gekocht.
Please take another one.
Neem er alsjeblieft nog een.
"In one night," Dima added.
"In één nacht," voegde Dima eraan to.
I prefer the black one.
Ik geef de voorkeur aan de zwarte.
There's no one sitting here.
Niemand zit hier.
No one can avert death.
Niemand kan de dood vermijden.
One swallow does not make a summer.
Eén zwaluw maakt nog geen zomer.
How does one pronounce your first name?
Hoe wordt je voornaam uitgesproken?
Let's give it one more try.
Laten we het nog eens proberen.