Vertaling van took

Inhoud:

Engels
Nederlands
to have a subscription, to subscribe to, to subscribe, to take {ww.}
een abonnement nemen op
een abonnement nemen
zich abonneren op
zich abonneren
abonneren

I took
you took
he/she/it took

ik abonneerde
jij abonneerde
hij/zij/het abonneerde
» meer vervoegingen van abonneren

to lay hold of, to pick up, to take, to get {ww.}
nemen 
vatten 
pakken
oprapen
aanvatten

I took
you took
he/she/it took

ik nam
jij nam
hij/zij/het nam
» meer vervoegingen van nemen

You've got to take the bull by the horns!
Je moet de koe bij de horens vatten!
You must take the bull by the horns.
Je moet de koe bij de horens vatten.
to accept, to receive, to accredit, to admit, to take, to take on {ww.}
accepteren 
ontvangen 
aannemen 

I took
you took
he/she/it took

ik accepteerde
jij accepteerde
hij/zij/het accepteerde
» meer vervoegingen van accepteren

We accept checks.
We accepteren cheques.
I will accept his request.
Ik zal zijn verzoek accepteren.
to have a subscription, to subscribe to, to subscribe, to take {ww.}
een abonnement nemen op
een abonnement nemen
zich abonneren op
zich abonneren
abonneren

I took
you took
he/she/it took

ik abonneerde
jij abonneerde
hij/zij/het abonneerde
» meer vervoegingen van abonneren

to abstract, to take away, to remove, to seize, to take {ww.}
wegnemen
afpakken 
weghalen
afnemen 

I took
you took
he/she/it took

ik nam weg
jij nam weg
hij/zij/het nam weg
» meer vervoegingen van wegnemen

to occupy, to take, to engage, to fill, to hold, to involve {ww.}
in beslag nemen
bezig houden
beslaan 
bezetten 
bekleden 

I took
you took
he/she/it took

ik besloeg
jij besloeg
hij/zij/het besloeg
» meer vervoegingen van beslaan



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Who took the picture?

Wie nam de foto?

Brian took some roses.

Brian nam een paar rozen.

She took her book.

Ze nam haar boek.

The meeting took place yesterday.

De ontmoeting had gisteren plaats.

He took a week off.

Hij heeft een week vrij genomen.

I took the 61 bus.

Ik nam bus 61.

I took the elevator down.

Ik ging naar beneden met de lift.

Tom took his shirt off.

Tom trok zijn shirt uit.

The doctor took my pulse.

De dokter nam mijn pols.

Somebody took away my bag.

Iemand heeft mijn zak weg genomen.

John took a key from his pocket.

John haalde een sleutel uit zijn zak.

I took a picture of her.

Ik heb een foto van haar gemaakt.

He took a picture of the koala.

Hij nam een foto van de koala.

She took a bite of the apple.

Ze nam een hap uit de appel.

I took a picture of my family.

Ik nam een foto van mijn familie.


Gerelateerd aan took

have a subscription - subscribe to - subscribe - take - lay hold of - pick up - get - accept - receive - accredit - admit - take on - abstract - take away - removeenrol - furnish