Betekenis van:
assault

assault
Zelfstandig naamwoord
  • het iemand lijfelijk lastig vallen
  • a threatened or attempted physical attack by someone who appears to be able to cause bodily harm if not stopped

Hyperoniemen

Hyponiemen

assault
Zelfstandig naamwoord
  • het verkrachten of verkracht worden
  • the crime of forcing a woman to submit to sexual intercourse against her will

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

assault
Zelfstandig naamwoord
    • thoroughbred that won the triple crown in 1946
    assault
    Zelfstandig naamwoord
      • close fighting during the culmination of a military attack

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      assault
      Zelfstandig naamwoord
      • azijnmoer
      • the crime of forcing a woman to submit to sexual intercourse against her will

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to assault
      Werkwoord
      • je vergrijpen aan; onteren; aanranden
      • force (someone) to have sex against their will

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to assault
      Werkwoord
      • molesteren
      • attack someone physically or emotionally
      "The mugger assaulted the woman"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to assault
      Werkwoord
      • aangrijpen
      • attack in speech or writing

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to assault
      Werkwoord
      • achteruittrappen, achteruitschoppen
      • attack in speech or writing

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to assault
      Werkwoord
      • achteruitslaan
      • attack in speech or writing

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen