Betekenis van:
get across

to get across
Werkwoord
  • een kruis zetten door
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to get across
Werkwoord
  • over iets heen gaan
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to get across
Werkwoord
  • over iets heen varen
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to get across
Werkwoord
  • naar de overkant gaan
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to get across
Werkwoord
  • over iets heen gaan
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to get across
Werkwoord
  • in stukken knippen
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to get across
Werkwoord
  • opblazen
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to get across
Werkwoord
    • communicate successfully
    "I couldn't get across the message"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to get across
    Werkwoord
    • afdraven
    • travel across or pass over

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to get across
    Werkwoord
    • langstrekken
    • travel across or pass over

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to get across
    Werkwoord
      • become clear or enter one's consciousness or emotions

      Synoniemen