Betekenis van:
traverse

to traverse
Werkwoord
  • een kruis zetten door
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to traverse
Werkwoord
  • over iets heen gaan
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to traverse
Werkwoord
  • over iets heen varen
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to traverse
Werkwoord
  • naar de overkant gaan
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to traverse
Werkwoord
  • over iets heen gaan
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to traverse
Werkwoord
  • in stukken knippen
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to traverse
Werkwoord
  • overspannen
  • to cover or extend over an area or time period
"Rivers traverse the valley floor"

Synoniemen

Hyperoniemen

to traverse
Werkwoord
  • langstrekken
  • travel across or pass over

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to traverse
Werkwoord
    • deny formally (an allegation of fact by the opposing party) in a legal suit

    Synoniemen

    traverse
    Zelfstandig naamwoord
    • loodrechte balk; dwarshout
    • a horizontal beam that extends across something

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    traverse
    Zelfstandig naamwoord
      • travel across

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      traverse
      Zelfstandig naamwoord
        • taking a zigzag path on skis

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        traverse
        Zelfstandig naamwoord
          • a horizontal crosspiece across a window or separating a door from a window over it

          Synoniemen

          Hyperoniemen