Betekenis van:
travel

travel
Zelfstandig naamwoord
tocht van A naar B
the act of going from one place to another

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

travel
Zelfstandig naamwoord
self-propelled movement

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

travel
Zelfstandig naamwoord
a movement through space that changes the location of something

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to travel
Werkwoord
undergo transportation as in a vehicle

Hyperoniemen

Hyponiemen

to travel
Werkwoord
reizen
undertake a journey or trip

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to travel
Werkwoord
een reis maken; op reis zijnd
make a trip for pleasure

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to travel
Werkwoord
(van mensen en dieren) van plaats, stand of houding veranderen
change location; move, travel, or proceed, also metaphorically

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to travel
Werkwoord
travel upon or across

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to travel
Werkwoord
travel from place to place, as for the purpose of finding work, preaching, or acting as a judge

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to travel
Werkwoord
reizen door
undertake a journey or trip

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen