Betekenis van:
switch

switch
Zelfstandig naamwoord
  • ruil, verruiling
  • the act of changing one thing or position for another
"his switch on abortion cost him the election"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

switch
Zelfstandig naamwoord
  • zweep gemaakt van twijgen; roede; strafwerktuig van takken
  • a flexible implement used as an instrument of punishment

Hyperoniemen

Hyponiemen

switch
Zelfstandig naamwoord
  • overgang tussen spoorrails
  • railroad track having two movable rails and necessary connections; used to turn a train from one track to another or to store rolling stock

Hyperoniemen

switch
Zelfstandig naamwoord
  • stok met een lang snoer of stuk leer
  • a basketball maneuver; two defensive players shift assignments so that each guards the player usually guarded by the other

Hyperoniemen

switch
Zelfstandig naamwoord
  • valse haarvlecht
  • hairpiece consisting of a tress of false hair; used by women to give shape to a coiffure

Hyperoniemen

switch
Zelfstandig naamwoord
  • inrichting waardoor een granaat of bom op het gewenste ogenblik tot ontploffing wordt gebracht
  • control consisting of a mechanical or electrical or electronic device for making or breaking or changing the connections in a circuit

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

switch
Zelfstandig naamwoord
  • knop voor het aan- en uitzetten; knop voor het aan- en uitzetten; schakelaar v.e. apparaat
  • control consisting of a mechanical or electrical or electronic device for making or breaking or changing the connections in a circuit

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

switch
Zelfstandig naamwoord
    • an event in which one thing is substituted for another

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to switch
    Werkwoord
    • mbt. een reisgelegenheid
    • lay aside, abandon, or leave for another
    "switch to a different brand of beer"
    "She switched psychiatrists"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to switch
    Werkwoord
    • het van plaats ruilen
    • lay aside, abandon, or leave for another
    "switch to a different brand of beer"
    "She switched psychiatrists"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to switch
    Werkwoord
    • in een andere stand brengen
    • cause to go on or to be engaged or set in operation
    "switch on the light"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to switch
    Werkwoord
    • mbt. verbindingen
    • change over, change around, as to a new order or sequence

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to switch
    Werkwoord
    • inwisselen
    • change over, change around, as to a new order or sequence

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to switch
    Werkwoord
    • in ruil geven
    • exchange or give (something) in exchange for

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to switch
    Werkwoord
    • omschakelen, switchen
    • make a shift in or exchange of
    "First Joe led; then we switched"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to switch
    Werkwoord
      • flog with or as if with a flexible rod

      Hyperoniemen

      to switch
      Werkwoord
        • reverse (a direction, attitude, or course of action)

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to switch
        Werkwoord
        • omwisselen, switchen
        • change over, change around, as to a new order or sequence

        Synoniemen

        Hyperoniemen