Betekenis van:
vangen

vangen
Werkwoord
  • (begrippen) onder één noemer brengen
"Je moet die gedachte in woorden vangen"

Hyperoniemen

vangen
Werkwoord
  • vatten
"ontsnapte boeven opnieuw vangen"
"vissen vangen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vangen
Werkwoord
  • het te pakken krijgen van wild dieren of mensen
"Zij besloten een paar olifanten te vangen om deze over te brengen naar een ander reservaat."
vangen
Werkwoord
  • in de lucht onderscheppen (bijv. van een bal)
"In honkbal is het kunnen vangen van de bal een belangrijke vaardigheid."
vangen
Werkwoord
  • verdienen van geld
"Wat vangt het?"
vangen
Bijvoeglijk naamwoord
  • zot zijn
"je moet wel echt vangen om in volle zon te gaan joggen"
"die vangt!"

Hyperoniemen

vangen
Zelfstandig naamwoord
  • vangen uit de lucht; grijpend tegenhouden
"hoge bomen vangen veel wind"
"de bal vangen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord