Vertaling van rule

Inhoud:

Engels
Nederlands
to control, to govern, to rule, to reign {ww.}
regeren 
de scepter zwaaien
besturen 
heersen
aansturen

I rule
you rule
we rule

ik regeer
jij regeert
wij regeren
» meer vervoegingen van regeren

to declare, to state, to profess, to pronounce, to rule, to adjudge {ww.}
declareren
aangeven 
betuigen
verklaren 

I rule
you rule
we rule

ik declareer
jij declareert
wij declareren
» meer vervoegingen van declareren

to judge, to rule, to try, to adjudge, to adjudicate {ww.}
beoordelen 
berechten
oordelen
vonnissen

I rule
you rule
we rule

ik beoordeel
jij beoordeelt
wij beoordelen
» meer vervoegingen van beoordelen

regulation, rule {zn.}
regel
He explained the rule to me.
Hij heeft mij de regel uitgelegd.
There are some cases where this rule does not apply.
Er zijn gevallen waarin deze regel niet geldt.
control, reign, rule, governance, regulation, ruling, ascendancy, ascendance {zn.}
heerschappij [v]
bestuur  [o]
bewind  [o]
regering  [v]

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He explained the rule to me.

Hij heeft mij de regel uitgelegd.

There are some cases where this rule does not apply.

Er zijn gevallen waarin deze regel niet geldt.

As a rule, we have three meals a day.

Normaal eten wij driemaal per dag.

There are some cases where the rule does not hold good.

Er zijn gevallen waarin deze regel niet geldt.


Gerelateerd aan rule

control - govern - reign - declare - state - profess - pronounce - adjudge - judge - try - adjudicate - regulation - governance - ruling - ascendancy