Vertaling van show off

Inhoud:

Engels
Nederlands
to show off, to strut around, to strut {ww.}
pronken
"What," said Al-Sayib. "You think that being on international TV means that you need to strut around in an Armani now?"
"Wat?" zei Al-Sayib. "Denk je dat je nu ineens met een Armani moet gaan lopen pronken, omdat je op de internationale tv bent?
to show, to indicate, to point out, to demonstrate, to display, to manifest {ww.}
laten zien
tentoonspreiden
tonen
vertonen
wijzen 
uitwijzen

I show
you show
we show

ik spreid tentoon
jij spreidt tentoon
wij spreiden tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden

to act wise, to show off, to split hairs {ww.}
haarkloven
to demonstrate, to manifest, to show {ww.}
laten blijken
manifesteren

I show
you show
we show

ik manifesteer
jij manifesteert
wij manifesteren
» meer vervoegingen van manifesteren

to show {ww.}
vertonen

I show
you show
we show

ik vertoon
jij vertoont
wij vertonen
» meer vervoegingen van vertonen

to show {ww.}
tonen

I show
you show
we show

ik toon
jij toont
wij tonen
» meer vervoegingen van tonen

to show {ww.}
tentoonspreiden
getuigen
tonen

I show
you show
we show

ik spreid tentoon
jij spreidt tentoon
wij spreiden tentoon
» meer vervoegingen van tentoonspreiden

to flash, to flaunt, to ostentate, to show off, to swank {ww.}
etaleren
to flash, to flaunt, to ostentate, to show off, to swank {ww.}
uitpakken
pronken
to flash, to flaunt, to ostentate, to show off, to swank {ww.}
prijken
to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
aanwijzen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
uitwijzen

I show
you show
we show

ik wijs uit
jij wijst uit
wij wijzen uit
» meer vervoegingen van uitwijzen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
spreken

I show
you show
we show

ik spreek
jij spreekt
wij spreken
» meer vervoegingen van spreken

to depict, to picture, to render, to show {ww.}
afschilderen

I show
you show
we show

ik schilder af
jij schildert af
wij schilderen af
» meer vervoegingen van afschilderen

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
waarmaken

I show
you show
we show

ik maak waar
jij maakt waar
wij maken waar
» meer vervoegingen van waarmaken

to evince, to express, to show {ww.}
rondleiden

I show
you show
we show

ik leid rond
jij leidt rond
wij leiden rond
» meer vervoegingen van rondleiden

to read, to record, to register, to show {ww.}
patenteren

I show
you show
we show

ik patenteer
jij patenteert
wij patenteren
» meer vervoegingen van patenteren

to evince, to express, to show {ww.}
betuigen
betonen
bewijzen

I show
you show
we show

ik betuig
jij betuigt
wij betuigen
» meer vervoegingen van betuigen

to demonstrate, to establish, to prove, to shew, to show {ww.}
staven
aantonen
bewijzen
hardmaken

I show
you show
we show

ik staaf
jij staaft
wij staven
» meer vervoegingen van staven

to demo, to demonstrate, to exhibit, to present, to show {ww.}
tentoonstellen
exposeren

I show
you show
we show

ik stel tentoon
jij stelt tentoon
wij stellen tentoon
» meer vervoegingen van tentoonstellen

to designate, to indicate, to point, to show {ww.}
wijzen
attenderen

I show
you show
we show

ik wijs
jij wijst
wij wijzen
» meer vervoegingen van wijzen

Could you show me the way to the port?
Kunt u mij de weg naar de haven wijzen?
to evince, to express, to show {ww.}
uiten

I show
you show
we show

ik uit
jij uit
wij uiten
» meer vervoegingen van uiten

to read, to record, to register, to show {ww.}
inspreken

I show
you show
we show

ik spreek in
jij spreekt in
wij spreken in
» meer vervoegingen van inspreken