Vertaling van stand up

Inhoud:

Engels
Nederlands
to stand {ww.}
staan

I stand
you stand
we stand

ik sta
jij staat
wij staan
» meer vervoegingen van staan

to get up, to rise, to stand, to stand up {ww.}
opstaan
gaan staan

I stand
you stand
we stand

ik sta op
jij staat op
wij staan op
» meer vervoegingen van opstaan

I didn't want to get up early.
Ik wilde niet vroeg opstaan.
to abide, to bear, to carry out, to endure, to put up with, to suffer, to stand, to carry away, to afford {ww.}
uithouden
dragen 
naar buiten brengen
verdragen 

I stand
you stand
we stand

ik houd uit
jij houdt uit
wij houden uit
» meer vervoegingen van uithouden

I cannot stand this anymore.
Ik kan het niet meer uithouden.
Your research will surely bear fruit.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.
to endure, to put up with, to tolerate, to abide, to brook, to condone, to stand, to stomach {ww.}
aanzien 
dulden
toelaten
tolereren
velen
verdragen 
pikken

I stand
you stand
we stand

ik zie aan
jij ziet aan
wij zien aan
» meer vervoegingen van aanzien

to erect, to establish, to institute, to pitch, to raise, to set, to stand, to set up {ww.}
opslaan
neerzetten
oprichten
vestigen 

I stand
you stand
we stand

ik sla op
jij slaat op
wij slaan op
» meer vervoegingen van opslaan

to abide, to endure, to bear, to cope, to stand, to withstand {ww.}
uitstaan
uithouden
verdragen 
dulden
doorstaan
harden

I stand
you stand
we stand

ik sta uit
jij staat uit
wij staan uit
» meer vervoegingen van uitstaan

I cannot bear the pain any more.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
I can't stand this hot weather.
Ik kan dit hete weer niet uitstaan.
to resist, to withstand, to stand {ww.}
weerstaan
tegenspartelen
tegenstreven
zich verzetten

I stand
you stand
we stand

ik weersta
jij weerstaat
wij weerstaan
» meer vervoegingen van weerstaan

I can resist everything except temptation.
Ik kan aan alles weerstaan behalve aan verleiding.
My house is designed to withstand an earthquake.
Mijn huis is ontworpen om een aardbeving te weerstaan.
to stand, to stand up {ww.}
staan
You don't need to stand up.
Je hoeft niet op te staan.
He was told to stand up, and he did so.
Hem werd gezegd op te staan en dat deed hij.
to stand up, to stick up {ww.}
opkomen
behartigen
We must stand up for our rights.
We moeten voor onze rechten opkomen.
to stand up {ww.}
staan

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Stand up!

Sta op!

Stand up, please.

Sta recht, alsjeblieft.

Did you stand up?

Stond je op?

You don't need to stand up.

Je hoeft niet op te staan.

We must stand up for our rights.

We moeten voor onze rechten opkomen.

He was told to stand up, and he did so.

Hem werd gezegd op te staan en dat deed hij.


Gerelateerd aan stand up

stand - get up - rise - abide - bear - carry out - endure - put up with - suffer - carry away - afford - tolerate - brook - condone - stomachbe - commit - defend