Vertaling van washed-out

Inhoud:

Engels
Nederlands
to carry, to wear, to bear, to wash {ww.}
brengen 
dragen 
voeren 
voorhebben

I washed
you washed
he/she/it washed

ik bracht
jij bracht
hij/zij/het bracht
» meer vervoegingen van brengen

to wash, to flush {ww.}
spoelen
doorspoelen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik spoelde
jij spoelde
hij/zij/het spoelde
» meer vervoegingen van spoelen

to wash {ww.}
wassen 
de was doen
logen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik waste
jij waste
hij/zij/het waste
» meer vervoegingen van wassen

Cut, wash and dry, please.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
I'm going to wash my car.
Ik ga mijn auto wassen.
to wash, to launder {ww.}
wassen 
de was doen
uitwassen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik waste
jij waste
hij/zij/het waste
» meer vervoegingen van wassen

You need to wash your hands.
Je moet je handen wassen.
She wanted to wash the dirty clothes.
Ze wou de vuile kleren wassen.
dog-tired, exhausted, fagged, fatigued, played out, spent, washed-out, worn out, worn-out {bn.}
afgebrand
afgedraaid
afgemat
afgepeigerd
bekaf
doodmoe
doodop
doodvermoeid
geradbraakt
hondsmoe
knock-out
leeg
opgebrand
pompaf
total loss
uitgeblust
uitgekakt
uitgepoept
uitgescheten
uitgeteld
kapot
uitgeput
gebroken
op
dog-tired, exhausted, fagged, fatigued, played out, spent, washed-out, worn out, worn-out {bn.}
afgesloofd
bleached, faded, washed-out, washy {bn.}
op
dog-tired, exhausted, fagged, fatigued, played out, spent, washed-out, worn out, worn-out {bn.}
doorgedraaid
overspannen
to wash, to wash away, to wash off, to wash out {ww.}
uitspoelen
naspoelen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik spoelde uit
jij spoelde uit
hij/zij/het spoelde uit
» meer vervoegingen van uitspoelen

to wash, to wash away, to wash off, to wash out {ww.}
afwassen
afsoppen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik waste af
jij waste af
hij/zij/het waste af
» meer vervoegingen van afwassen

to launder, to wash {ww.}
wassen
schoonwassen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik waste
jij waste
hij/zij/het waste
» meer vervoegingen van wassen

to wash, to wash away, to wash off, to wash out {ww.}
afspoelen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik spoelde af
jij spoelde af
hij/zij/het spoelde af
» meer vervoegingen van afspoelen

to launder, to wash {ww.}
wassen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik waste
jij waste
hij/zij/het waste
» meer vervoegingen van wassen

Give me a cut, wash and dry please.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
to wash, to wash away, to wash off, to wash out {ww.}
afwassen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik waste af
jij waste af
hij/zij/het waste af
» meer vervoegingen van afwassen

The girl did not like to wash dishes, but she made the best of it.
Het meisje vond afwassen niet leuk, maar ze maakte er het beste van.
to lave, to wash {ww.}
soppen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik sopte
jij sopte
hij/zij/het sopte
» meer vervoegingen van soppen

to dampen, to moisten, to wash {ww.}
bevochtigen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik bevochtigde
jij bevochtigde
hij/zij/het bevochtigde
» meer vervoegingen van bevochtigen

to wash, to wash away, to wash off, to wash out {ww.}
uitwassen

I washed
you washed
he/she/it washed

ik waste uit
jij waste uit
hij/zij/het waste uit
» meer vervoegingen van uitwassen


Gerelateerd aan washed-out

carry - wear - bear - wash - flush - launder - dog-tired - exhausted - fagged - fatigued - played out - spent - worn out - worn-out - bleachedfemale parent - dog-tired - astir - diseased - wash out - launder - clean - wet