Vertaling van beheer
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
regering , administratie , beheer , toediening , bestuur , landsregering {zn.}
regering
administratie
beheer
toediening
bestuur
landsregering {zn.}
administratie
beheer
toediening
bestuur
landsregering {zn.}
De administratie neemt belangrijke beslissingen.
De administratie neemt belangrijke beslissingen.
De Britse regering was kwaad.
De Britse regering was kwaad.
administratie , beheer , toediening , bestuur {zn.}
administratie
beheer
toediening
bestuur {zn.}
beheer
toediening
bestuur {zn.}
De administratie besliste de zetel van de firma te verplaatsen naar Hawaï.
De administratie besliste de zetel van de firma te verplaatsen naar Hawaï.
Beheer van een bedrijf is niet hetzelfde als eigenaar zijn van een bedrijf.
Beheer van een bedrijf is niet hetzelfde als eigenaar zijn van een bedrijf.
beheer {zn.}
beheer {zn.}
administratie , beheer , toediening , bestuur , overheidsdienst {zn.}
administratie
beheer
toediening
bestuur
overheidsdienst {zn.}
beheer
toediening
bestuur
overheidsdienst {zn.}
administratie , beheer , toediening , bestuur , gezagsapparaat, machtsapparaat {zn.}
administratie
beheer
toediening
bestuur
gezagsapparaat
machtsapparaat {zn.}
beheer
toediening
bestuur
gezagsapparaat
machtsapparaat {zn.}
besturen, beheren, toedienen, administreren, managen, bestieren {ww.}
besturen
beheren
toedienen
administreren
managen
bestieren {ww.}
beheren
toedienen
administreren
managen
bestieren {ww.}
ik administreer
jij administreert
hij/zij/het administreert
ik bestuur
jij bestuurt
hij/zij/het bestuurt
» meer vervoegingen van besturen
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
Ge kunt niet te oplettend zijn bij het besturen van een auto.
Ge kunt niet te oplettend zijn bij het besturen van een auto.
besturen, beheren, toedienen, administreren {ww.}
besturen
beheren
toedienen
administreren {ww.}
beheren
toedienen
administreren {ww.}
ik administreer
jij administreert
hij/zij/het administreert
ik bestuur
jij bestuurt
hij/zij/het bestuurt
» meer vervoegingen van besturen
Hij kan zijn eigen familie niet beheren, laat staan een natie!
Hij kan zijn eigen familie niet beheren, laat staan een natie!
beheren, besturen, huishouden {ww.}
beheren
besturen
huishouden {ww.}
besturen
huishouden {ww.}
ik beheer
jij beheert
hij/zij/het beheert
ik beheer
jij beheert
hij/zij/het beheert
» meer vervoegingen van beheren
houden, runnen, beheren {ww.}
houden
runnen
beheren {ww.}
runnen
beheren {ww.}
ik beheer
jij beheert
hij/zij/het beheert
ik houd
jij houdt
hij/zij/het houdt
» meer vervoegingen van houden
Het moet enorm moeilijk voor haar zijn het huishouden alleen te runnen na de scheiding.
Het moet enorm moeilijk voor haar zijn het huishouden alleen te runnen na de scheiding.
Rechts houden.
Rechts houden.
beheren, gaan {ww.}
beheren
gaan {ww.}
gaan {ww.}
ik beheer
jij beheert
hij/zij/het beheert
ik beheer
jij beheert
hij/zij/het beheert
» meer vervoegingen van beheren