Vertaling van loei

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
schreeuwen, loeien, hinniken, grommen, brullen, blaten, balken {ww.}
schreeuwen
loeien
hinniken
grommen
brullen
blaten
balken {ww.}

ik balk
jij balkt
hij/zij/het balkt

ik schreeuw
jij schreeuwt
hij/zij/het schreeuwt
» meer vervoegingen van schreeuwen

Ik hoorde een vrouw schreeuwen.
Ik hoorde een vrouw schreeuwen.
Blijkbaar begon haar moeder te schreeuwen.
Blijkbaar begon haar moeder te schreeuwen.
loeien, bulderen, daveren, brullen {ww.}
loeien
bulderen
daveren
brullen {ww.}

ik brul
jij brult
hij/zij/het brult

ik loei
jij loeit
hij/zij/het loeit
» meer vervoegingen van loeien

uitbrullen, loeien, brullen, bulken, briesen {ww.}
uitbrullen
loeien
brullen
bulken
briesen {ww.}

ik bries
jij briest
hij/zij/het briest

ik brul uit
jij brult uit
hij/zij/het brult uit
» meer vervoegingen van uitbrullen

dreun [m] (de ~), loei {zn.}
dreun [m] (de ~)
loei {zn.}
loeien {ww.}
loeien {ww.}

ik loei
jij loeit
hij/zij/het loeit

ik loei
jij loeit
hij/zij/het loeit
» meer vervoegingen van loeien

bulderen, loeien, tieren, razen {ww.}
bulderen
loeien
tieren
razen {ww.}

ik bulder
jij buldert
hij/zij/het buldert

ik bulder
jij buldert
hij/zij/het buldert
» meer vervoegingen van bulderen

loeien {ww.}
loeien {ww.}

ik loei
jij loeit
hij/zij/het loeit

ik loei
jij loeit
hij/zij/het loeit
» meer vervoegingen van loeien



Gerelateerd aan loei

schreeuwen - loeien - hinniken - grommen - brullen - blaten - balken - bulderen - daveren - uitbrullen - bulken - briesen - dreun - tieren - razenklap - roepen - rauzen - uitklinken