Vertaling van pitten

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
pitten {ww.}
pitten {ww.}

ik pit
ik pitte
jij pit

ik pit
ik pitte
jij pit
» meer vervoegingen van pitten

pitten, ontpitten {ww.}
pitten
ontpitten {ww.}

ik ontpit
ik ontpitte
jij ontpit

ik pit
ik pitte
jij pit
» meer vervoegingen van pitten

slapen, pitten, maffen {ww.}
slapen
pitten
maffen {ww.}

ik maf
ik mafte
jij maft

ik slaap
ik sliep
jij slaapt
» meer vervoegingen van slapen

Ga slapen.
Ga slapen.
Ge zoudt beter slapen.
Ge zoudt beter slapen.
kern [v], pit (mv. pitten) [v] {zn.}
kern [v]
pit (mv. pitten) [v] {zn.}
korrel, pit (mv. pitten) [v], zaadkorrel {zn.}
korrel
pit (mv. pitten) [v]
zaadkorrel {zn.}
kousje [o], lont, pit (mv. pitten) [v], lampepit {zn.}
kousje [o]
lont
pit (mv. pitten) [v]
lampepit {zn.}
slapen, rusten, snurken, slapend, bronzen, meuren, pitten, maffen, knorren, keveren {ww.}
slapen
rusten
snurken
slapend
bronzen
meuren
pitten
maffen
knorren
keveren {ww.}

ik brons
ik bronsde
jij bronst

ik slaap
ik sliep
jij slaapt
» meer vervoegingen van slapen

Wij wonnen de bronzen medaille.
Wij wonnen de bronzen medaille.
Een slapend kind lijkt op een engel.
Een slapend kind lijkt op een engel.
pit [m] (de ~) {zn.}
pit [m] (de ~) {zn.}
energie [v] (de ~), pep [m] (de ~), stootkracht [m] (de ~), puf [v] (de ~), slagkracht [m] (de ~), pit [m] (de/het ~), kloekheid, geestkracht, fut [m] (de ~), daadkracht [m] (de ~) {zn.}
energie [v] (de ~)
pep [m] (de ~)
stootkracht [m] (de ~)
puf [v] (de ~)
slagkracht [m] (de ~)
pit [m] (de/het ~)
kloekheid
geestkracht
fut [m] (de ~)
daadkracht [m] (de ~) {zn.}
Koffie geeft je energie!
Koffie geeft je energie!
Ik heb geen energie vandaag.
Ik heb geen energie vandaag.
pit [m] (de ~) {zn.}
pit [m] (de ~) {zn.}
brander [m] (de ~), pit [m] (de ~) {zn.}
brander [m] (de ~)
pit [m] (de ~) {zn.}
pit (mv. pitten) {zn.}
pit (mv. pitten) {zn.}
pit (mv. pitten) {zn.}
pit (mv. pitten) {zn.}


Gerelateerd aan pitten

ontpitten - slapen - maffen - kern - pit - korrel - zaadkorrel - kousje - lont - lampepit - rusten - snurken - slapend - bronzen - meurentoneelspelen - ontdoen - zitten - kern - lichaamskracht - draad - toestel - post - merg