Vertaling van post
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
post, stijl, paal, deurpost {zn.}
post
stijl
paal
deurpost {zn.}
stijl
paal
deurpost {zn.}
De auteur heeft een mooie stijl.
De auteur heeft een mooie stijl.
Door onoplettendheid botste ze met haar auto tegen de paal.
Door onoplettendheid botste ze met haar auto tegen de paal.
post {zn.}
post {zn.}
post, posterijen {zn.}
post
posterijen {zn.}
posterijen {zn.}
Alsjeblieft denk eraan dat je deze brief post.
Alsjeblieft denk eraan dat je deze brief post.
Vergeet niet de brief op de post te doen.
Vergeet niet de brief op de post te doen.
post, positie, stelling {zn.}
post
positie
stelling {zn.}
positie
stelling {zn.}
Hij heeft een belangrijke positie binnen het bedrijf.
Hij heeft een belangrijke positie binnen het bedrijf.
De secretaresse opende de post welke die ochtend geleverd was.
De secretaresse opende de post welke die ochtend geleverd was.
post {zn.}
post {zn.}
post , wachtpost {zn.}
post
wachtpost {zn.}
wachtpost {zn.}
post {zn.}
post {zn.}
post , stijl {zn.}
post
stijl {zn.}
stijl {zn.}
post, pos {zn.}
post
pos {zn.}
pos {zn.}
post {zn.}
post {zn.}
post {zn.}
post {zn.}
plaats , baan , post, ambt , wachtpost, werkkring , betrekking {zn.}
plaats
baan
post
ambt
wachtpost
werkkring
betrekking {zn.}
baan
post
ambt
wachtpost
werkkring
betrekking {zn.}
Ik zoek een baan.
Ik zoek een baan.
Mijn zus heeft een baan.
Mijn zus heeft een baan.
op de post doen, posten {ww.}
op de post doen
posten {ww.}
posten {ww.}
ik post
jij post
hij/zij/het post
ik post
jij post
hij/zij/het post
» meer vervoegingen van posten
op post staan, posten {ww.}
op post staan
posten {ww.}
posten {ww.}
ik post
jij post
hij/zij/het post
ik post
jij post
hij/zij/het post
» meer vervoegingen van posten
betrekking , dienstverband , functie , job , positie , werk , werkkring , baan , post {zn.}
betrekking
dienstverband
functie
job
positie
werk
werkkring
baan
post {zn.}
dienstverband
functie
job
positie
werk
werkkring
baan
post {zn.}
P.T.T., PTT , postbedrijf, posterijen, post {zn.}
P.T.T.
PTT
postbedrijf
posterijen
post {zn.}
PTT
postbedrijf
posterijen
post {zn.}
posten {ww.}
posten {ww.}
ik post
jij post
hij/zij/het post
ik post
jij post
hij/zij/het post
» meer vervoegingen van posten
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Alsjeblieft denk eraan dat je deze brief post.
Alsjeblieft denk eraan dat je deze brief post.
Vergeet niet de brief op de post te doen.
Vergeet niet de brief op de post te doen.
De secretaresse opende de post welke die ochtend geleverd was.
De secretaresse opende de post welke die ochtend geleverd was.