Vertaling van soppen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
soppen {ww.}
soppen {ww.}

ik sop
jij sopt
hij/zij/het sopt

ik sop
jij sopt
hij/zij/het sopt
» meer vervoegingen van soppen

soppen {ww.}
soppen {ww.}

ik sop
jij sopt
hij/zij/het sopt

ik sop
jij sopt
hij/zij/het sopt
» meer vervoegingen van soppen

indopen, soppen, indompelen {ww.}
indopen
soppen
indompelen {ww.}

ik dompel in
jij dompelt in
hij/zij/het dompelt in

ik doop in
jij doopt in
hij/zij/het doopt in
» meer vervoegingen van indopen

slapen, naaien, pompen, rampetampen, bedvogelen, wippen, rammen, vozen, bonken, fleppen, fokken, emmeren, flensen, cohabiteren, coïteren, bonzen, soppen, poepen, vogelen, seksen, ketsen, bibberen, rollebollen, kezen, figuurzagen, kieren, palen, knarren, neuken, vrijen {ww.}
slapen
naaien
pompen
rampetampen
bedvogelen
wippen
rammen
vozen
bonken
fleppen
fokken
emmeren
flensen
cohabiteren
coïteren
bonzen
soppen
poepen
vogelen
seksen
ketsen
bibberen
rollebollen
kezen
figuurzagen
kieren
palen
knarren
neuken
vrijen {ww.}

ik bibber
jij bibbert
hij/zij/het bibbert

ik slaap
jij slaapt
hij/zij/het slaapt
» meer vervoegingen van slapen

Ga slapen.
Ga slapen.
Ze kan heel goed naaien.
Ze kan heel goed naaien.
zeepsop [o] (het ~), sop [o] (het ~) {zn.}
zeepsop [o] (het ~)
sop [o] (het ~) {zn.}

Gerelateerd aan soppen

indopen - indompelen - slapen - naaien - pompen - rampetampen - bedvogelen - wippen - rammen - vozen - bonken - fleppen - fokken - emmeren - flensenindompelen - reinigen - handelen - majem