Vertaling van put ,
uitspreken
vellen
verwoorden
verwoorden
uitspreken
uiten
opperen
betuigen
plaatsen
brengen
stoppen
steken
uitzetten
rangschikken
structureren
schikken
rusten
neerleggen
voorleggen
deponeren
lijsten
inlijsten
vastzetten
Voorbeelden in zinsverband
Put on your pajamas.
Trek je pyjama aan.
She put on socks.
Ze trok sokken aan.
Put on your cap.
Doe je muts op.
May I put it here?
Mag ik het hier neerzetten?
Tom put on his swimsuit.
Tom trok zijn zwemkleding aan.
He put on clean trousers.
Hij deed een propere broek aan.
That'll put you in danger.
Dat zal je in gevaar brengen.
Put everything in my basket.
Leg alles in mijn korf.
He put aside the book.
Hij legde het boek aan de kant.
Please put your cigarette out.
Doof uw sigaret a.u.b.
Don't put the cart before the horse.
Men moet het paard niet achter de wagen spannen.
The car continued to put on speed.
De auto bleef versnellen.
He did not put up his hand.
Hij stak zijn hand niet op.
I put my coat on inside out.
Ik deed mijn jas binnenstebuiten aan.
Put some water into the vase.
Doe wat water in de vaas.