Vertaling van suffered

Inhoud:

Engels
Nederlands
to abide, to bear, to carry out, to endure, to put up with, to suffer, to stand, to carry away, to afford {ww.}
dragen 
naar buiten brengen
uithouden
verdragen 

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik droeg
jij droeg
hij/zij/het droeg
» meer vervoegingen van dragen

to pine away, to languish, to suffer {ww.}
verkwijnen
versmachten
wegkwijnen

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik verkwijnde
jij verkwijnde
hij/zij/het verkwijnde
» meer vervoegingen van verkwijnen

to abide, to bear, to endure, to put up with, to suffer, to sustain, to ail {ww.}
doorstaan
lijden 
ondergaan
uitstaan
velen
verdragen 

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik doorstond
jij doorstond
hij/zij/het doorstond
» meer vervoegingen van doorstaan

to suffer {ww.}
sukkelen
tobben
kwakkelen

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik sukkelde
jij sukkelde
hij/zij/het sukkelde
» meer vervoegingen van sukkelen

to abide, to bear, to brook, to digest, to endure, to put up, to stand, to stick out, to stomach, to suffer, to support, to tolerate {ww.}
dragen
incasseren
verdragen
verduren
velen
harden
gedogen
dulden

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik droeg
jij droeg
hij/zij/het droeg
» meer vervoegingen van dragen

Your research will surely bear fruit.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.
to hurt, to suffer {ww.}
opvreten
vergaan

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik vrat op
jij vrat op
hij/zij/het vrat op
» meer vervoegingen van opvreten

to ache, to hurt, to suffer {ww.}
bezeren

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik bezeerde
jij bezeerde
hij/zij/het bezeerde
» meer vervoegingen van bezeren

to abide, to bear, to brook, to digest, to endure, to put up, to stand, to stick out, to stomach, to suffer, to support, to tolerate {ww.}
kampen

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik kampte
jij kampte
hij/zij/het kampte
» meer vervoegingen van kampen

to meet, to suffer {ww.}
ondergaan

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik onderging
jij onderging
hij/zij/het onderging
» meer vervoegingen van ondergaan

to endure, to suffer {ww.}
lijden

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik leed
jij leed
hij/zij/het leed
» meer vervoegingen van lijden

Man is destined to suffer.
De mens is voorbestemd tot lijden.
It is man's destiny to suffer.
Het is het lot van de mens om te lijden.
to abide, to bear, to brook, to digest, to endure, to put up, to stand, to stick out, to stomach, to suffer, to support, to tolerate {ww.}
verdragen

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik verdroeg
jij verdroeg
hij/zij/het verdroeg
» meer vervoegingen van verdragen

to abide, to bear, to brook, to digest, to endure, to put up, to stand, to stick out, to stomach, to suffer, to support, to tolerate {ww.}
doorstaan
doormaken
getroosten

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik doorstond
jij doorstond
hij/zij/het doorstond
» meer vervoegingen van doorstaan

to suffer {ww.}
lijden
afzien

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik leed
jij leed
hij/zij/het leed
» meer vervoegingen van lijden

to endure, to suffer {ww.}
krijgen

I suffered
you suffered
he/she/it suffered

ik kreeg
jij kreeg
hij/zij/het kreeg
» meer vervoegingen van krijgen



Gerelateerd aan suffered

abide - bear - carry out - endure - put up with - suffer - stand - carry away - afford - pine away - languish - sustain - ail - brook - digestmeet - allow - endure - injure - experience - consume