Vertaling van picture

Inhoud:

Engels
Nederlands
to fancy, to imagine, to conceive, to picture, to visualize {ww.}
bedenken 
zich verbeelden
zich voorstellen

I picture
you picture
we picture

ik bedenk
jij bedenkt
wij bedenken
» meer vervoegingen van bedenken

painting, picture {zn.}
schilderij [v]
doek [o]
schildering [v]
schilderstuk [o]
How old is that painting?
Hoe oud is deze schilderij?
Do you know who painted this picture?
Weet je wie dit schilderij heeft geschilderd?
diagram, figure, image, picture, representation, configuration {zn.}
afbeelding  [v]
figuur 
beeld  [o]
Look at the picture.
Bekijk de afbeelding.
I looked at the picture.
Ik keek naar de afbeelding.
image, picture {zn.}
afbeelding  [v]
beeld  [o]
plaat
voorstelling  [v]
prent
He hung a picture on the wall.
Hij hing een afbeelding aan de muur.
I don't recognize any of the people in the picture.
Ik herken niemand op de afbeelding
image, picture, portrait, likeness, resemblance, similarity {zn.}
beeld  [o]
gelijkenis  [v]
The person on the left ruins the balance of the picture.
De persoon aan de linkerzijde verstoort het evenwicht in het beeld.
design, drawing, draught, picture, draw {zn.}
tekening [v]
werkje [o]
schets
to envision, to fancy, to figure, to image, to picture, to project, to see, to visualise, to visualize {ww.}
verbeelden
veraanschouwelijken
uitbeelden
visualiseren
neerzetten

I picture
you picture
we picture

ik verbeeld
jij verbeeldt
wij verbeelden
» meer vervoegingen van verbeelden

to depict, to picture, to render, to show {ww.}
afschilderen

I picture
you picture
we picture

ik schilder af
jij schildert af
wij schilderen af
» meer vervoegingen van afschilderen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Look at the picture.

Bekijk de afbeelding.

Who took the picture?

Wie nam de foto?

Let's have our picture taken.

Laten we op de foto gaan.

May I take your picture?

Mag ik een foto van u maken?

Is it a recent picture?

Is dit een recente foto?

I would like your picture.

Ik zou graag een foto van je willen.

Please show me your picture.

Laat me alsjeblieft je foto zien.

I looked at the picture.

Ik keek naar de afbeelding.

She showed him my picture.

Ze liet hem mijn foto zien.

I hope to see his picture soon.

Ik hoop zijn foto gauw te zien.

I took that picture a week ago.

Deze foto heb ik vorige week gemaakt.

He hung a picture on the wall.

Hij hing een afbeelding aan de muur.

Do you know who painted this picture?

Weet je wie dit schilderij heeft geschilderd?

I took a picture of her.

Ik heb een foto van haar gemaakt.

He took a picture of the koala.

Hij nam een foto van de koala.