Vertaling van bedragen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bedragen {ww.}
bedragen {ww.}

hij/zij/het bedraagt
zij bedragen

hij/zij/het bedraagt
zij bedragen
» meer vervoegingen van bedragen

belopen, bedragen {ww.}
belopen
bedragen {ww.}

hij/zij/het bedraagt
zij bedragen
ik beloop

hij/zij/het beloopt
zij belopen
ik beloop
» meer vervoegingen van belopen

som, totaal, bedrag (mv. bedragen) [o], totaalcijfer, totaalbedrag, summa, somma {zn.}
som
totaal
bedrag (mv. bedragen) [o]
totaalcijfer
totaalbedrag
summa
somma {zn.}
Het plan vereist een grote som geld.
Het plan vereist een grote som geld.
Hij was totaal niet tevreden.
Hij was totaal niet tevreden.
zijn, worden, komen, maken, kosten, belopen, bedragen {ww.}
zijn
worden
komen
maken
kosten
belopen
bedragen {ww.}

hij/zij/het bedraagt
zij bedragen
ik beloop

hij/zij/het is
zij zijn
ik ben
» meer vervoegingen van zijn

Ik kan even niet op zijn naam komen.
Ik kan even niet op zijn naam komen.
Er is geen excuus voor zijn te laat komen.
Er is geen excuus voor zijn te laat komen.
som [m] (de ~), bedrag [o] (het ~), schijf [m] (de ~), beloop [o] (het ~), somma {zn.}
som [m] (de ~)
bedrag [o] (het ~)
schijf [m] (de ~)
beloop [o] (het ~)
somma {zn.}
Mijn harde schijf is bijna vol.
Mijn harde schijf is bijna vol.
Het geheel is meer dan de som der delen.
Het geheel is meer dan de som der delen.


Gerelateerd aan bedragen

belopen - som - totaal - bedrag - totaalcijfer - totaalbedrag - summa - somma - zijn - worden - komen - maken - kosten - schijf - beloopbehelzen - goed