Vertaling van bezorgd

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bezorgd, ongerust {bw.}
bezorgd
ongerust {bw.}
bezorgd, ongerust {bw.}
bezorgd
ongerust {bw.}
bezorgd, ongerust {bw.}
bezorgd
ongerust {bw.}
angstig, bezorgd, ongerust {bn.}
angstig
bezorgd
ongerust {bn.}
bekommerd, bezorgd, ongerust, zorgelijk {bn.}
bekommerd
bezorgd
ongerust
zorgelijk {bn.}
bang, beducht, bezorgd, ongerust {bn.}
bang
beducht
bezorgd
ongerust {bn.}
brengen, aanbrengen, bezorgen, aandragen {ww.}
brengen
aanbrengen
bezorgen
aandragen {ww.}

ik heb aangebracht
jij hebt aangebracht
hij/zij/het heeft aangebracht

ik heb gebracht
jij hebt gebracht
hij/zij/het heeft gebracht
» meer vervoegingen van brengen

Oorlogen brengen littekens.
Oorlogen brengen littekens.
Ik zal u direct de rekening brengen.
Ik zal u direct de rekening brengen.
bezorgen {ww.}
bezorgen {ww.}

ik heb bezorgd
jij hebt bezorgd
hij/zij/het heeft bezorgd

ik heb bezorgd
jij hebt bezorgd
hij/zij/het heeft bezorgd
» meer vervoegingen van bezorgen

doen, geven, bezorgen, verschaffen {ww.}
doen
geven
bezorgen
verschaffen {ww.}

ik heb bezorgd
jij hebt bezorgd
hij/zij/het heeft bezorgd

ik heb gedaan
jij hebt gedaan
hij/zij/het heeft gedaan
» meer vervoegingen van doen

Wat moet ik doen?
Wat moet ik doen?
Laat ons meer doen.
Laat ons meer doen.
leveren, bezorgen, afleveren {ww.}
leveren
bezorgen
afleveren {ww.}

ik heb afgeleverd
jij hebt afgeleverd
hij/zij/het heeft afgeleverd

ik heb geleverd
jij hebt geleverd
hij/zij/het heeft geleverd
» meer vervoegingen van leveren

Je kan er rekenen dat we de volgende keer een betere service zullen leveren.
Je kan er rekenen dat we de volgende keer een betere service zullen leveren.
bezorgen {ww.}
bezorgen {ww.}

ik heb bezorgd
jij hebt bezorgd
hij/zij/het heeft bezorgd

ik heb bezorgd
jij hebt bezorgd
hij/zij/het heeft bezorgd
» meer vervoegingen van bezorgen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik ben bezorgd om haar veiligheid.

Ik ben bezorgd om haar veiligheid.

Je moeder is bezorgd om je gezondheid.

Je moeder is bezorgd om je gezondheid.

De mail kan niet worden bezorgd.

De mail kan niet worden bezorgd.

Het spijt me dat ik je zoveel problemen heb bezorgd.

Het spijt me dat ik je zoveel problemen heb bezorgd.

Hij is bezorgd dat hij misschien te laat komt.

Hij is bezorgd dat hij misschien te laat komt.

Ze was erg bezorgd om de gezondheid van haar man.

Ze was erg bezorgd om de gezondheid van haar man.

Uw bericht kan niet worden bezorgd bij de volgende personen of distributielijsten.

Uw bericht kan niet worden bezorgd bij de volgende personen of distributielijsten.


Gerelateerd aan bezorgd

ongerust - angstig - bekommerd - zorgelijk - bang - beducht - brengen - aanbrengen - bezorgen - aandragen - doen - geven - verschaffen - leveren - afleverenklaarmaken - veroorzaken - brengen - geven